Hugo heeft deze Volvo 145 al 54 jaar, de stationwagon bracht hem in Madrid, Moskou en Marrakech

zaterdag, 31 januari 2026 (15:18) - AutoWeek

In dit artikel:

Hugo van den Berg uit Naarden is al decennialang de trotse eigenaar van een rode Volvo 145 E Grand Luxe, nieuw aangeschaft op 17 november 1972 bij de lokale Volvo-dealer. De stationwagon heeft na bijna 325.000 kilometer nog altijd een actieve rol in zijn leven: eerst als gezin- en werkauto, later als plezierige ‘mooie-rittenauto’ en nu in deeltijd met pensioen in een stallingsruimte aan de rand van Naarden‑Vesting. Daar staat de Volvo tussen andere klassiekers en vormt de plek ook een ontmoetingsplek waar liefhebbers samenkomen om te praten en te sleutelen.

Hugo’s autoverhaal begon met een Volkswagen Kever; daarna volgden onder meer een Citroën 2CV, Renault 4 en Renault 16 en een tijdelijke Volvo Amazon. Zijn loopbaan bij de Militaire Inlichtingen Dienst bracht hem naar Spanje (tijden van Franco), waar hij ervaring opdeed met zowel Russische als Spaanse taal en cultuur. Met een groeiend gezin zocht hij een ruime, veilige auto en viel de keuze op de Volvo 145: degelijk, ruim en veiligheidsgericht. Hoewel Hugo later ook een auto van de zaak kreeg, behield hij de 145 en bouwde die uit met mistlampen, Wolfrace-wielen, een Coenen-schuifdak en IPD-stabilisatoren. De originele motor is ooit vervangen, maar verder verkeert de auto in gebruikte, originele staat.

Reizen met de Volvo typeerden Hugo’s gebruik: korte tijd na aanschaf reed hij al naar vrienden in Madrid, jaarlijks waren er gezinsbezoeken aan Frankrijk, en de combinatie van stationwagon en ruimte leidde tot inventieve inrichtingen (een verwijderd kinderbankje en het vervoeren van liefst 67 flessen wijn uit Frankrijk). Ook werden onderdelen uit Groot-Brittannië gehaald en heimelijk meegenomen—een vanzelfsprekende bijvangst van veel grensoverschrijdende ritten. Naast toeristische reizen maakte Hugo met vrienden grotere expedities: drie bezoeken aan Moskou, tochten door de Sahara en deelname aan evenementen als de Rally van Monte Carlo (in een andere auto).

De functie van de 145 veranderde van dagelijks gebruik naar occasionele ritten, mede omdat Hugo nu enkele maanden per jaar in een tweede huis in Zuid‑Frankrijk verblijft. Onderhoud doet hij grotendeels zelf; het stallingscomplex biedt gereedschap, onderdelen en kompanen om aan de auto te klussen. De Volvo trekt steeds meer aandacht onderweg, wat het klassieker‑gevoel versterkt. De wagen is bestemd voor familie‑overdracht: Hugo wil ‘m later aan zijn kleinzoon meegeven — deels al voorbereid met de aanschaf van een tweetakt‑Saab 93 voor de jongen.

Achtergrond bij de auto: de Volvo 145 maakt deel uit van de 100‑serie (1966–1974), die de Amazon opvolgde en door zijn blokke vorm al snel de bijnaam ‘baksteen’ kreeg. De reeks omvatte sedans (142/144) en de vijfdeurs stationwagon 145; ze waren gericht op stevigheid en veiligheid en introduceerden technische vernieuwingen zoals een hydraulisch dubbel remcircuit dat bij uitval van één circuit toch remkracht op drie wielen garandeerde. Gedurende de productiejaren werden motoren (van B18 naar B20), ergonomie en veiligheidsuitrusting stapsgewijs verbeterd, waarna de 200‑serie in 1974 het stokje overnam.

Kortom: Hugo’s rode Volvo is meer dan een oude gezinswagen; het is een betrouwbaar reispaard met veel levensverhalen, ingebed in een kleine gemeenschap van klassiekerliefhebbers en met een toekomst in de familie.