In België staat een oude autofabriek waar auto's ooit over het dak reden
In dit artikel:
In het smalle dal bij Trooz (Nessonvaux) bouwde het Belgische automerk Imperia in het interbellum een opmerkelijke oplossing voor een praktisch probleem: omdat nieuwe wagens niet op de drukke openbare wegen mochten worden getest en er geen ruimte was op het fabrieksterrein, kwam er in 1928 een testcircuit dat deels over en langs de daken van de werkplaatsen liep. Imperia, opgericht in 1904 door Adrien Piedbœuf, produceerde er decennialang eigen personenauto’s—later ook in licentie of als assemblage voor andere merken—en maakte zo deel uit van een tijd dat België nog serieus meehoorde in de Europese auto-industrie.
Het dakparcours van Imperia roept herinneringen op aan Fiats beroemde Lingotto-fabriek in Turijn; het was geen puur stijlmiddel maar een ingenieuze ruimtelijke ingreep om testkilometers veilig en efficiënt in te passen in een krappe valleibodem. Bronnen noemen verschillende lengtes voor de baan (van enkele honderden meters tot meer dan een kilometer), maar het beeld van monteurs die met gloednieuwe modellen over fabriekdaken rijden blijft spectaculair en symbool voor de verwevenheid van productie en architectuur.
De productie liep terug na de Tweede Wereldoorlog; de laatste eigen modellen verschenen eind jaren veertig en in 1958 sloot Imperia definitief de deuren. Het complex werd nooit vergeten: een karakteristiek deel van de fabriek kreeg in 2008 monumentenstatus. Plannen voor een museum op de locatie blijven onzeker, zeker na de overstromingen van 2021 die lokaal erfgoed troffen. Nessonvaux blijft desondanks een intrigerend hoofdstuk in de autogeschiedenis en een tastbaar voorbeeld van hoe industriële creativiteit vorm gaf aan logistieke uitdagingen.