James May ziet in Ferrari's eerste EV wat veel fans niet willen horen

donderdag, 4 juni 2026 (11:02) - Autobahn

In dit artikel:

Ferrari’s eerste volledig elektrische model, de Luce, zet traditionele verwachtingen van het merk op scherp. Waar Ferrari decennialang synoniem was met jankende V12-motoren, fysieke betrokkenheid en een nadruk op motorbeleving, kiest de Luce bewust voor een andere insteek: groter, stiller en praktischer dan veel klassieke Ferrari’s, met vier of vijf zitplaatsen en een prijskaartje van meer dan een half miljoen euro.

Voormalig Top Gear- en The Grand Tour-presentator James May behandelde die stap onlangs nuchter in een gesprek met BBC Radio 4. In plaats van het model af te doen als heiligschennis, ziet hij de Luce als een merk dat opnieuw probeert uit te vinden wat passend is voor zijn tijd. Volgens May past het ontwerpen van zeer moderne auto’s historisch gezien binnen Ferrari’s traditie: veel iconen weerspiegelden hun eigen tijdsgeest en werden later klassiekers. Zijn reactie onderstreept dat de Luce niet probeert een V12-Ferrari na te bootsen, maar een andere definitie van Ferrari aanreikt.

Technisch is de Luce een volwaardige EV: vier elektromotoren, een 122 kWh-accupakket en een piekvermogen tot circa 772 kW. De sprint naar 100 km/u zou in ongeveer 2,5 seconden moeten lukken en de topsnelheid ligt boven de 310 km/u. Die cijfers laten zien dat prestatie nog steeds centraal staat, maar Ferrari gebruikt de elektrische architectuur vooral om controle per wiel, ruimte en stilte te optimaliseren in plaats van traditionele motorbeleving.

Het ontwerp komt tot stand in samenwerking met LoveFrom, het bureau van voormalig Apple-ontwerper Jony Ive en Marc Newson, wat bijdraagt aan de afwijkende, hedendaagse lijnen van de Luce. Ferrari maakt dus geen retro-Ferrari met een batterij erin; het zoekt een nieuwe vormtaal die past bij een elektrische aandrijving.

Tegelijk is de Luce geen onomstreden afrekening met het verleden. Maranello lijkt de weg naar elektrisch welbewust en gematigd te bewandelen: het merk houdt de deur open voor hybrides en verbrandingsmotoren, en heeft zijn ambitieuze plannen voor 2030 naar beneden bijgesteld. Die voorzichtigheid weerspiegelt de onzekerheid op de markt voor dure prestatie-EV’s en de wens van veel klanten om het emotionele aspect van cilinders, geluid en trillingen niet volledig los te laten.

De discussie rond de Luce draait dus niet alleen om techniek, maar om identiteit. Voor puristen voelt een stille, elektrische Ferrari als verlies; voor anderen is het bewijs dat Ferrari kan veranderen zonder zichzelf te verloochenen. May’s perspectief blijft hangen omdat hij erkent waarom het wringt, maar ook ziet dat verandering past bij wat Ferrari altijd heeft gedaan: een auto bouwen die expliciet van zijn eigen tijd is. De Luce is daarmee niet zozeer een vervanging van de klassieke supercar, maar een uitbreiding van wat een Ferrari kan zijn in het elektrische tijdperk.