Je rijdt er misschien dagelijks overheen: Nederland gebruikte al meer dan 20 miljoen ton as uit vuilverbranders
In dit artikel:
Een proefvak in Houston liet in 1974 al zien dat een wegfundering grotendeels uit verbrandingsas technisch goed kan functioneren. De funderingslaag bestond voor 89 procent uit as van huishoudelijk afval, aangevuld met asfalt en kalk. Na drie jaar verkeer presteerde de weg vrijwel hetzelfde als een conventioneel wegvak en in 1993 werd de constructie nog als uitstekend beoordeeld. Grootschalige toepassing kwam in de Verenigde Staten echter nauwelijks van de grond.
In Nederland wordt dit materiaal AEC-bodemas genoemd. Jaarlijks blijft bij de twaalf Nederlandse afvalenergiecentrales ongeveer 2 miljoen ton over. De ruwe as bevat naast steenachtige delen en metalen ook stoffen die schadelijk kunnen zijn voor bodem en grondwater. Daarom moet ze eerst door erkende bedrijven worden opgewerkt. Toch is in de Nederlandse grond-, weg- en waterbouw al meer dan 20 miljoen ton verwerkt; een schatting uit 2023 komt uit op circa 25 miljoen ton, onder meer onder wegen, bedrijfsterreinen en in geluidswallen.
Rijkswaterstaat staat het gebruik van gewassen en voldoende gereinigde bodemas, zoals Beaumix, nog steeds toe in de onderbouw van wegen. Daar vervangt het materiaal zand en steenslag en blijft het voor weggebruikers onzichtbaar. De aannemer mag kiezen welke toegestane secundaire bouwstoffen worden gebruikt, zolang aan de technische en milieuregels wordt voldaan.
Voor oudere toepassingen gelden strengere zorgen. Ongeveer 450 werken bevatten nog bodemas die onder de vroegere IBC-regels was afgedekt en beheerd. Sinds 1 juni 2021 mogen zulke nieuwe toepassingen niet meer worden aangelegd. Eigenaren moeten de staat jaarlijks laten controleren en het grondwater periodiek laten onderzoeken, maar de Inspectie Leefomgeving en Transport constateert dat controles en herstel van gebreken niet altijd op tijd gebeuren.
De Green Deal uit 2012 verbeterde de verwerking, maar loste niet alle risico’s op. Minder schone bodemas werd soms verwerkt in immobilisaat, waarin verontreinigingen met cement worden vastgelegd. Volgens de ILT kunnen schadelijke stoffen vrijkomen als dit materiaal slecht uithardt of later afbrokkelt. In 2024 kregen zeven producenten een waarschuwing; in 2025 nam het aantal overtredingen volgens de inspectie wel af.
Het sinds 30 december 2025 geldende Circulair Materialenplan stuurt erop dat bodemas uiteindelijk voldoet aan de eisen voor een vrij toepasbare bouwstof. Voor materiaal dat daar nog niet aan voldoet, loopt de overgangstermijn tot 1 januari 2028. Een verduidelijking van het plan op 1 oktober 2026 maakte die einddatum expliciet. De centrale kwestie is daardoor niet langer of bodemas een weg kan dragen, maar hoe schoon het materiaal moet zijn en hoe langdurig toezicht wordt gegarandeerd.
Vandaag Inside: Johan Derksen: ‘Ik word beroerd van mensen die blijven protesteren tegen Marco Borsato’