Jij pint de hoofdprijs aan de pomp, terwijl déze oliereus juist extra verdient
In dit artikel:
Shell boekte in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw forse winst: een nettowinst van 5,7 miljard dollar en een aangepaste winst van 6,9 miljard dollar. De hogere resultaten komen niet alleen door een stijgende ruwe olieprijs, maar vooral door oplopende raffinagemarges en sterke handelsactiviteiten op de energiemarkt — factoren die profiteren van geopolitieke onrust zoals de spanningen rond de Straat van Hormuz.
Tussen de oliebron en het vulpistool zit een lange keten. Ruwe olie moet eerst worden geraffineerd; die verwerkingsstap werd de afgelopen maanden duurder: de globale indicatieve raffinagemarge steeg van circa 14 naar 17 dollar per vat. Wanneer raffinagecapaciteit beperkt is of er logistieke problemen zijn, loopt die marge op en komt die kostenlaag uiteindelijk terug in de pompprijs. Daarnaast reageren markten direct op verstoringen in strategische zeegebieden: omleidingen of risico’s in Hormuz slaan door in wereldwijde schommelingen en prijsstijgingen.
Voor Nederlandse automobilisten telt nog een aantal vaste posten bovenop de olie- en raffinagekosten. In 2026 bedraagt de accijns 84,47 cent per liter benzine en 55,23 cent per liter diesel (LPG 19,93 cent). Over de hogere inkoop- en raffinagemarges komt ook meer btw te liggen, en daar komen distributiekosten en de marge van de pomphouder bij. Daardoor liggen de gemiddelde prijzen rond €2,37 voor Euro 95 en €2,33 voor diesel, terwijl lokale prijsvechters soms iets goedkoper zijn.
De stevige winsten van oliemaatschappijen wekken politieke verontwaardiging. In Europese hoofdsteden, waaronder Duitsland, Spanje en Italië, groeit de roep om een gezamenlijke heffing op zogenoemde overwinsten — inkomsten die ontstaan door externe crises en marktverstoringen in plaats van door verbeterde bedrijfsvoering. De Nederlandse Tweede Kamer steunt een motie om op EU-niveau hierover te ageren, maar eerdere maatregelen liepen tegen juridische bezwaren aan. Een nieuwe heffing is politiek aantrekkelijk, maar praktisch complex om te implementeren.
Wat merkt de bestuurder echt? Zolang geopolitieke spanningen en krappe raffinagecapaciteit aanhouden, blijven tankprijzen hoog en reageren ze traag op een dalende olieprijs. De meest praktische reactie voor consumenten is prijsvergelijking: vermijden van dure stations langs snelwegen en zoeken naar lokale, goedkopere aanbieders. De wereldwijde onrust die ver weg lijkt, vertaalt zich via raffinage, handel en belastingen rechtstreeks in de literprijs.