Juridische strijd rond Lamborghini's uit The Wolf of Wall Street eindigt in financiële deceptie voor filmproducenten
In dit artikel:
De twee Lamborghini Countachs die in The Wolf of Wall Street werden gebruikt, leverden na de film geen glorieuze verzamelopbrengst maar een juridisch en commercieel steekspel op. Regisseur Martin Scorsese had destijds geëist dat er echte auto's werden gebruikt voor de crashscènes; daardoor kwamen er twee 25th Anniversary Countachs (1989‑modellen, met ontwerpbijdrage van Horacio Pagani) op de set — één systematisch vernield voor de opname, de ander bleef intact. Dit type is zeldzaam (slechts 658 gebouwd, weinig in Amerikaanse specificatie) en onder verzamelaars zeer gewild.
Jaren later belandden beide filmauto’s op de markt. John Temerian, een bekende autohandelaar en VINwiki‑verteller die een persoonlijke band met de onbeschadigde wagen had, zette zijn exemplaar internationaal te koop via veilinghuis RM Sotheby’s in New York. De aandacht was enorm en de auto bracht uiteindelijk 1,65 miljoen dollar op — een record voor dit model.
De producenten van de film, die eigenaar bleven van het gehavende exemplaar, reageerden echter furieus op Temerians verkooppoging. Zij vreesden dat de publieke veiling van het onbeschadigde voertuig de waarde van hun wrak aantastte en stuurden sommaties en dreigtelefoontjes. Temerian bood nog samenwerking en zelfs een gezamenlijke verkoop van de set aan, maar de producenten weigerden en stuurden het beschadigde voertuig halsoverkop naar een veiling in Abu Dhabi met een zeer hoge minimumprijs. Daar stokten de biedingen rond 1,35 miljoen dollar en de auto bleef onverkocht achter.
Uiteindelijk ging Temerian met de winst naar huis, terwijl de producenten bleven zitten met een onverkochte, beschadigde Countach en oplopende advocatenkosten — een klassiek voorbeeld van hoe eigendom, provenance en hebzucht de uitkomst van autoverzamelingen kunnen bepalen.