Kleinere werkgevers vinden lease-auto op benzine vaak prima, maar boete dreigt
In dit artikel:
Vanaf 1 januari 2027 moeten Nederlandse werkgevers voor nieuwe leasecontracten van auto’s met een verbrandingsmotor (ook hybride modellen) een zogenaamde pseudo-eindheffing betalen: 1 procent per maand van de officiële nieuwprijs van de auto aan de Belastingdienst. Voor een voertuig van €35.000 betekent dat een extra kostpost van €350 per maand, die de werkgever zelf draagt en niet aan de werknemer mag doorberekenen. De maatregel is bedoeld om de overstap naar volledig elektrisch rijden te versnellen.
Leasemaatschappijen en werkgevers reageren verdeeld. De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) waarschuwt voor onrust en aanzienlijke financiële gevolgen, vooral bij kleinere en middelgrote ondernemingen die nog vaak benzine- of dieselauto’s als bedrijfswagen toestaan. Een bijkomend probleem is volgens de VNA dat veel locaties kampen met volle stroomnetten, waardoor bedrijven geen zwaardere aansluiting of extra laadpleinen kunnen realiseren — een knelpunt bij het vergroenen van wagenparken.
Commercieel gezien ziet leasemaatschappij Athlon de heffing juist als een versneller van de transitie naar elektrisch. Sinds de aankondiging is het aandeel elektrische bestellingen bij kleine bedrijven (minder dan 10 lease-auto’s) gestegen van 41 naar 51 procent; bij middelgrote werkgevers bleef het aandeel rond 60 procent en bij grote organisaties steeg het van 83 naar 90 procent. Toch worden benzineauto’s ook in 2026 nog besteld, vaak met kortere looptijden om toekomstige kostenrisico’s te beperken.
Belangrijke data en gevolgen: eind 2025 reed nog steeds een meerderheid (57 procent) van zakelijke personenauto’s niet volledig elektrisch. Bovendien gaat de heffing vanaf 17 september 2030 ook gelden voor leasecontracten die vóór 1 januari 2027 zijn afgesloten. Een nu afgesloten vijfjaarscontract voor een benzineauto kan daardoor later toch maandenlang onder de heffing vallen.
Een extra twistpunt is tijdelijk vervangend vervoer: als een elektrische auto uitvalt en tijdelijk een benzinevervanger wordt ingezet, moet de werkgever voor die maand de heffing voldoen — zelfs bij één dag vervangend vervoer. Leasemaatschappij Ayvens en ook de Tweede Kamer pleiten voor een uitzondering bij tijdelijk vervoer; een motie hierover werd eind maart aangenomen en het kabinet onderzoekt mogelijke aanpassingen.
Kortom: de nieuwe pseudo-eindheffing moet elektrisch rijden stimuleren, maar roept praktische en financiële vragen op bij werkgevers, vooral rond laadinfrastructuur, contractduur en regels voor tijdelijk vervangend vervoer.