Mag je eigenlijk autorijden met een gebroken arm? En hoe zit het met een been in het gips?
In dit artikel:
In Nederland breken jaarlijks naar schatting zo’n 175.000 mensen een bot, vaak pols, arm of been. De wet verbiedt niet expliciet autorijden met een gipsverband, maar stelt wel dat je een voertuig altijd zodanig moet besturen dat geen gevaar of hinder ontstaat. Of iemand daaraan voldoet, bepaalt de situatie en uiteindelijk ook een handhavende agent.
Een politieagent kan besluiten dat rijden met een gebroken ledemaat onveilig is en Artikel 5 van de Wegenverkeerswet toepassen; daar staat geen vaste boete tegenover en de officier van justitie bepaalt het bedrag. Praktisch gezien maakt het verschil of je linker- of rechterbeen in het gips zit: in een auto met automatische transmissie is rijden met het linkerbeen vaak haalbaar, met het rechterbeen meestal niet. Een arm in het gips beperkt sturen en reactievermogen, wat de veiligheid vermindert.
Voordat je tóch de weg opgaat is het verstandig je verzekeraar te raadplegen. Verzekeraars kunnen om een medische verklaring vragen en sommige zorgverleners zijn terughoudend om die af te geven. Rijden terwijl je functioneel beperkt bent, vergroot niet alleen de kans op ongelukken maar kan ook gevolgen hebben voor je aansprakelijkheid en eventuele uitkeringen of vergoedingen.
Kortom: de wet is onduidelijk, maar verantwoordelijkheid en veiligheid wegen zwaarder. Beter voorkomen dan genezen: vermijd autorijden met een gipsarm of -been tenzij een medische beoordeling en je verzekering duidelijk maken dat het veilig en toegestaan is.