Mag je oordopjes in tijdens het rijden? Dit is wat de verkeerswet erover zegt
In dit artikel:
Bestuurders in Nederland die in oudere auto’s zonder ingebouwde carkit rijden, grijpen vaak naar draadloze oordopjes om handsfree te bellen of naar muziek en navigatie-instructies te luisteren. De wet staat handsfree gebruik toe, maar de overheid legt een belangrijke voorwaarde op: je moet te allen tijde nog omgevingsgeluiden kunnen horen zodat je adequaat kunt reageren op sirenes, claxons of andere gevaren.
Veilig rijden hangt voor een groot deel van je zintuigen af. Te hard geluid of volledig afsluitende hoofdtelefoons ondermijnen dat bewustzijn en verhogen het risico. Verkeersorganisaties raden daarom aan het volume laag te houden of slechts één oordopje te gebruiken, zodat één oor vrij blijft voor de verkeerssituatie. Moderne oortjes met actieve ruisonderdrukking (ANC) vormen een extra probleem: ze creëren een akoestische bubbel en kunnen belangrijke waarschuwingsgeluiden dempen. Hoewel ANC niet expliciet verboden is, kan het gebruik ervan leiden tot aansprakelijkheid op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet als daardoor gevaar of hinder ontstaat — bijvoorbeeld wanneer je een voorrangsvoertuig niet hoort.
Een duidelijke grens blijft het fysiek vasthouden van de telefoon: dat mag niet tijdens het rijden. Het Openbaar Ministerie noemt een boete van 440 euro (plus administratiekosten) voor wie toch zijn toestel oppakt om te bellen of navigatie-instellingen te wijzigen. Praktisch advies: gebruik de beschikbare technologie verstandig — zet het volume lager, schakel ruisonderdrukking uit of draag één oordopje en houd je handen aan het stuur.