Man heeft een stacaravan op de camping, maar krijgt een belastingaanslag alsof hij een tweede huis bezit
In dit artikel:
Een man die buiten Hilvarenbeek woont, kreeg over 2022 en 2023 forensenbelasting opgelegd voor zijn stacaravan op een gehuurde jaarplaats. Hij vond dat onterecht, omdat het volgens hem om een kampeermiddel ging en niet om een tweede woning. Zowel de rechtbank als het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch stelde de gemeente echter in het gelijk.
Het hof beoordeelde vooral of de stacaravan geschikt was om langere tijd in te verblijven. Het verblijf had een gemeubileerd woongedeelte, slaapruimte, keuken, douche en toilet en was aangesloten op gas, water, elektriciteit en riolering. Daardoor voldeed het volgens de rechter aan de wettelijke definitie van een gemeubileerde woning. Dat de man de grond huurde, de caravan niet mocht verhuren en er niet stond ingeschreven, maakte daarbij geen verschil.
Voor forensenbelasting is bovendien niet vereist dat iemand daadwerkelijk meer dan negentig dagen per jaar in het verblijf overnacht. Het is voldoende dat de woning gedurende meer dan negentig dagen beschikbaar is voor eigen gebruik. Omdat de man de stacaravan het hele jaar kon gebruiken, voldeed hij ook aan die voorwaarde. De belasting kan in Hilvarenbeek, afhankelijk van de waarde van het verblijf, honderden euro’s per jaar bedragen.
De man stelde daarnaast dat hij al toeristenbelasting betaalde via de camping. Volgens het hof verhindert dat de heffing van forensenbelasting niet. Een eventuele vrijstelling van toeristenbelasting moet door de campingexploitant worden toegepast. Ook mocht de gemeente gegevens over de man bij de camping opvragen, omdat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.
Het gerechtshof verklaarde zijn hoger beroep ongegrond en liet de aanslagen in stand. De uitspraak gaat alleen over de belastingheffing en betekent niet dat permanente bewoning van de stacaravan automatisch is toegestaan.
Vandaag Inside: René van der Gijp heeft genoeg gezien van Ajax en trekt een opvallende conclusie