Mercedes-Benz blikt terug: 75 jaar kreukelzone en het ongeslagen snelheidsrecord van 1938
In dit artikel:
In 1951 zette Mercedes-ingenieur Béla Barényi een revolutie in gang door patent 854 157 in te dienen voor de kreukelzone: doelbewust vervormbare voor- en achterdelen met een onvervormbare passagierskooi. Waar auto's toen nog als stijve stalen kooien functioneerden en inzittenden de klap opvingen, zorgde zijn idee — later toegepast op de W 111 “Heckflosse” — ervoor dat botsingen veel minder vaak dodelijk zijn. De kreukelzone is sindsdien een fundament van moderne voertuigveiligheid.
Rudolf Caracciola is de onbetwiste snelheidslegende uit het Mercedes-archief. In 1938 bereikte hij op de Autobahn 432,69 km/u, een prestatie die in een tijd zonder moderne banden, tractieregeling of verfijnde aerodynamica bijzonder gedurfd was. Het record bleef decennialang staan en illustreert zowel de technische durf van toen als de extreme risico’s waarvoor coureurs zich blootstelden.
In 1976 toonde Mercedes met het C 111-prototype dat dieselmotoren niet alleen zuinig waren maar ook extreem snel konden zijn. Met een vijfcilinder diesel op de Nardò-ronde baan realiseerde de auto een gemiddelde snelheid van ruim 250 km/u over 10.000 mijl — zestig uur non-stop. Die prestatie veranderde het imago van dieselkrachtbronnen en vormde een vroeg signaal van de mogelijkheden die later door andere merken in de autosport werden benut.
Tot slot werden in 1986 in Finland systemen als ASD, ASR en 4MATIC praktijkgetest in zware wintercondities. Die technologieën — antislip- en vierwielaandrijvingsoplossingen — hielpen om grip en stabiliteit te verbeteren, wat rechtstreeks bijdraagt aan de dagelijkse veiligheid van moderne personenauto’s, ook in natte of ijzige omstandigheden.
Samen vormen deze mijlpalen een beeld van Mercedes als pionier op het vlak van zowel snelheid als veiligheid: van passieve beschermingsconcepten tot veeleisende aandrijftechniek en actieve rijhulpsystemen.