Met de nieuwe Ypsilon mag het dan niet lukken, voorganger Y10 is nu mobiel monumentje
In dit artikel:
In 1985 lanceerde Lancia (in Italië onder het label Autobianchi) de Y10, een compacte maar opvallend luxueuze stadsauto die zijn tijd ver vooruit was. Met ongeveer 1,1 miljoen gebouwde exemplaren was de Y10 een trendsetter: hij introduceerde in het kleine segment zaken die toen vrijwel ongekend waren, zoals centrale deurvergrendeling, elektrische ramen vóór, uitklapbare raampjes achter, een schuif-kanteldak en alcantara-bekleding. Daardoor positioneerde hij zich als een soort “fashion-mini” lang vóór de huidige hippe, premium kleine auto’s.
Het uiterlijk was bewust hoekig en speels — kort, met een steil oplopende raamlijn en vaak een contrasterende achterklep — en deed volgens de schrijver denken aan een bouwwerk uit Lego. Op de Italiaanse thuismarkt werd hij als Autobianchi gepresenteerd; in Nederland verkocht men hem onder de Lancia-naam omdat men anders geen hoge prijzen voor zo’n klein autootje verwachtte. Prijzig was hij ook: de basisversie kostte in 1985 aanzienlijk meer dan een vergelijkbare Fiat Panda.
Technisch deelde de Y10 veel met Fiats kleinere modellen, maar er waren belangrijke verbeteringen: dezelfde wielbasis en vooras, maar een verfijnder achterwielophangingsconcept (de zogenaamde Omega-as met schuingeplaatste draagarmen en schroefveren) in plaats van een stijf bladveersysteem. Lancia breidde de reeks snel uit: in 1986 verscheen een 85 pk sterke Turbo (als Abarth-opvolger) en er was een 4WD-versie met aandrijving van de Panda 4x4. Vanaf 1989 werd een traploze automaat aangeboden (Selectronic), gebaseerd op DAF-techniek.
De Y10 kende talloze speciale edities — van sportieve tot kleurrijke lifestyle-uitvoeringen zoals de Mia, die vlak voor de facelift van 1992 op de markt kwam — en de facelift bracht een klassieke Lancia-grille en een gemoderniseerd interieur. Kleurrijke stofferingen (turquoise, park green, felrood) en opvallende lakken versterkten het imago als stads- en vrouwenauto.
Hoewel hij compact is (ongeveer 3,40 m), biedt de Y10 verrassend veel praktische ruimte en met de FIRE-motor van 50 pk haalt hij tot circa 150 km/h, wat voor dagelijks gebruik ruim voldoende bleek. Veel exemplaren verdwenen echter door intensief gebruik — onder meer als bezorgautootjes — en roest heeft veel modellen aangetast, waardoor de overgebleven Y10’s schaars zijn. Dat maakt hem enerzijds minder bekend als moderne klassieker dan de oer-Panda, maar anderzijds betaalbaar voor liefhebbers die een stukje Lancia-geschiedenis willen rijden.
Kortom: de Y10 was een gedurfde mix van mode, comfort en techniek in een kleine verpakking en legde de basis voor het idee dat een compacte auto ook premium en persoonlijk kan zijn. Zijn nalatenschap krijgt beterschap nu autoliefhebbers zich meer op jonge klassiekers richten, al is zijn waardering nog niet zo wijdverbreid als die van Lancia’s legendarische modellen uit eerdere decennia.