Met deze 7-serie voorganger kwam BMW iets dichter bij Mercedes-Benz
In dit artikel:
Begin jaren zeventig stond Mercedes-Benz onbetwist bovenaan in het topsegment; BMW probeerde met de E3-reeks — en in het bijzonder de 3.0 Si — die voorsprong te verkleinen. AutoWeek Classics bracht beide limo’s terug naar de weg en het circuit, met proefritten op een testcircuit en tochten langs de kust en het achterland van Montpellier.
De contenders
- BMW 3.0 Si (E3, geïntroduceerd 1968): zes-in-lijn van Alex von Falkenhausen, 2.895 cc, 200 pk, achterwielaandrijving, handgeschakelde vierbak. Kenmerken: levendig motorblok, korte bakverhoudingen, direct stuurgevoel en veel rijplezier. Productie van de E3-reeks circa 190.000, van de 3.0 Si ongeveer 22.300 stuks.
- Mercedes 350 SE (W116, vanaf 1972): V8 van 3.499 cc, eveneens 200 pk, zware koets en geavanceerdere wielophanging met dubbele draagarmen voor en schuin geplaatste draagarmen achter. Solide bouw, hoog comfortniveau. Van de eerste S-klasse-generatie verkocht Mercedes ruim 473.000 auto’s; de 350 SE alleen al zo’n 51.000.
Wat bleek op het circuit?
Op het ronde parcours liet de BMW zien waarom het merk later bekendstaat om rijdynamiek: snelle schakelingen, revhappy motor en een speels, communicatief karakter. Tegelijkertijd tonen de relatief zachte dempers en neiging tot neusduik bij abrupte koerswissels dat de E3 soms inspanningen van de bestuurder vergt. Mercedes, veel zwaarder (+264 kg), verraste door relatief lichtvoetig en stabiel door de slalom te gaan — de complexe ophanging en stevige kooiconstructie werken uitstekend — maar verloor terrein qua rijbeleving door een hakerige versnellingsbak en vrij indirecte, steriele besturing.
Comfort en lange afstanden
Op wegen rond Montpellier stapte de S-klasse uit als de meernwaardige reisauto: rustiger, ruimer en beter afgewerkt. Merkwaardig genoeg waren de meetwaarden voor buitenlucht- en windgeluid bij 100 km/u niet dramatisch verschillend (circa 69 dB(A) bij Mercedes vs 71 dB(A) bij BMW). Beide verbruiken veel brandstof: reële cijfers liggen eerder rond 15–20 l/100 km bij vlot rijden; fabrieksopgaven zijn met een pittige rijstijl onhaalbaar.
Sterke en zwakke punten in één oogopslag
- BMW: sprankelend weggedrag, fijne motor en precies schakelgevoel; minder ergonomisch (knoppenindeling), iets meer windruis en comfortabeler afgesteld veerpakket dat bij snelle correcties nadeel geeft.
- Mercedes: superieur in comfort, beleving van ruimte en bouwkwaliteit; technisch meer uitgewerkt qua onderstel en aerodynamica, maar minder boeiend qua stuurgevoel en pookbediening.
Eindoordeel
De 3.0 Si slaagde er niet in de S-klasse van zijn troon te stoten, maar vertegenwoordigt wel een serieus en aantrekkelijk alternatief: hij bood meer rijplezier en moderne techniek dan veel voorgangers van BMW. Mercedes bleef vanwege zijn robuustheid, comfort en omvang de referentie in dat decennium — de test toont zowel waarom Mercedes heerste als hoe BMW met de E3 de kloof in gang zette.