Met retrodetails willen traditionele automerken zich op erfgoed onderscheiden van de nieuwkomers
In dit artikel:
Automerken putten consequent uit hun eigen geschiedenis om identiteit en emotie te voeden: soms als volledig heruitgegeven klassieker, vaak als subtiele easter egg in hedendaags design. Bekende voorbeelden tonen hoe merken verleden en heden verbinden — met wisselend succes.
Volkswagen en Mini lieten in de jaren 90 en vroege jaren 2000 zien hoe retrodesign commercieel kan slagen (New Beetle, nieuwe Mini). BMW refereert aan zijn eigen wederopstanding uit de jaren zestig (de 1500 van de Neue Klasse) door de term “Neue Klasse” nieuw leven in te blazen voor zijn elektrische modellen en zelfs kleinere nieren terug te brengen. Mercedes-Benz voert erfgoed aan met kleine details: sierlijke handtekeningen (Carl Benz, G. Daimler of Mercedes) in de voorruit en vormelementen zoals een gebolde achterschermlijn op de W212 E‑klasse — een knipoog naar de 1953 Ponton — al verdween die ronding na de facelift van 2013.
Opel herintroduceerde een kenmerkende middenvouw in de kap (herinnering aan Kadett‑rijders uit de jaren 60/70) en Fiat bouwt associaties met zijn hoekige Panda‑oermodel op, inclusief oude typografie en een mini‑afbeelding van de eerste generatie in het dashboard. Jeep cultiveert zijn militaire roots consequent: de zeven sleuven in de grille (waar de eerste Willys uit 1940 nog negen had) en kleine historische logo’s en motieven blijven terugkeren.
Renault draait bijna geheel rond retro: na R4 en R5 is de Twingo een moderne terugblik op 1992, en de huidige Renault 5 presenteert zich als reïncarnatie van de compacte uit 1972, compleet met interieurverwijzingen en een label met alle R5‑generaties. Lancia, terug in 2024 met de Ypsilon binnen Stellantis, probeert zijn gloriejaren (Aurelia, Flaminia, Delta, Stratos) te laten spreken, vooral via designelementen en luxueuze interieurafwerking.
Niet elke nostalgische keuze valt in goede aarde: Ford’s nieuwe elektrische model dat Capri heet, roept veel kritiek op omdat het weinig gemeen heeft met de iconische tweezits‑coupé van weleer. Een ander voorbeeld van ‘heritage branding’ dat functioneel blijft is Volvo: de uitvinding van de driepuntsgordel wordt sinds 1959 zichtbaar gemaakt op de gesp met de tekst ‘since 1959’, ook bij Polestar‑modellen.
Kortom: autofabrikanten gebruiken erfgoed als marketing- en designinstrument om herkenning en emotie te wekken. Soms levert dat subtiele, slimme verwijzingen op; soms voelt het geforceerd of incongruent — en niet alle knipogen vallen bij het publiek meteen op.