Milieuorganisatie eist een direct verbod op brandstofauto's BMW en Mercedes, maar het hof is onverbiddelijk

maandag, 23 maart 2026 (17:31) - Autobahn

In dit artikel:

De Duitse milieuorganisatie Deutsche Umwelthilfe (DUH) heeft een definitieve nederlaag geleden in haar poging via de rechter fabrikanten als BMW en Mercedes-Benz te dwingen vanaf november 2030 geen nieuwe auto's met verbrandingsmotor meer te verkopen. Het Bundesgerichtshof (BGH) in Karlsruhe wees de eis af: er ontbreekt volgens het hof een wettelijke grondslag om individuele bedrijven een specifiek CO2-restbudget of een productiestop op te leggen.

DUH had zijn zaak gebouwd op de uitspraak van 2021 die de staat verplichtte om toekomstige generaties te beschermen tegen klimaatrisico's, en probeerde die staatsverantwoordelijkheid door te trekken naar private ondernemingen. De hoogste rechter concludeerde echter dat de persoonlijke grondrechten van de aanklagers niet worden geschonden door de commerciële activiteiten van autofabrikanten en dat zulke beleidskeuzes primair een taak van democratisch gelegitimeerde wetgevers zijn.

Eerder waren vergelijkbare klachten al verworpen door rechtbanken in Stuttgart en München. BMW en Mercedes-Benz reageerden positief op het vonnis en benadrukten dat klimaatdoelstellingen en productieregels door parlementen vastgesteld moeten worden.

Met de juridische weg afgesloten richt DUH de pijlen terug op de politiek. Directeur Barbara Metz eist harde maatregelen voor het klimaatprogramma van 2026 — waaronder het schrappen van schadelijke subsidies, een nationaal verkoopverbod op brandstofauto's in 2030 en permanente snelheidslimieten — en sluit een laatste stap naar het constitutioneel hof niet uit.