Nederland staat vol laadpalen, maar in China werkt opladen volgens een heel ander principe
In dit artikel:
Nederland heeft met ongeveer 210.000 publieke laadpunten eind 2025 het grootste openbare laadnetwerk van Europa, maar laad vooral langzaam: slechts circa 5 procent van de aansluitingen is een snellader. In China ligt dat aandeel rond de 50 procent. Het verschil zit niet alleen in aantallen, maar vooral in het gebruik: Nederlandse auto’s laden vaak langdurig terwijl ze geparkeerd staan, terwijl het Chinese netwerk sterker is ingericht op snel bijladen en doorstroming.
Ook het vaak genoemde Chinese totaal van 23 miljoen laadpunten vraagt nuancering. Eind juni 2026 waren er volgens de Chinese energietoezichthouder 23,057 miljoen laadvoorzieningen, waarvan 5,009 miljoen openbaar en 18,048 miljoen privé. Het publieke netwerk is dus enorm, maar bestaat niet uit tientallen miljoenen openbare palen. Hoewel slechts ongeveer 7 procent van de bevolking in een eengezinswoning woont, heeft circa de helft van de Chinese EV-bezitters een eigen thuislader en ongeveer een derde toegang tot gedeeld laden. Toch gebeurt daar ongeveer 40 procent van de laadbeurten thuis, tegenover circa 50 procent in Europa, waardoor publieke laadvoorzieningen een grotere rol spelen.
China experimenteert daarom met mobiele laadrobots, batterijwisselstations van NIO en extreem krachtige snellaadtechniek van BYD. Die oplossingen zijn niet overal standaard en sommige prestaties zijn fabrieksclaims, maar ze tonen de nadruk op snelheid en efficiënt ruimtegebruik. Nederland hoeft dat model niet over te nemen: voor auto’s die ’s nachts stilstaan volstaan langzamere AC-laders vaak. De vergelijking laat vooral zien dat vermogen, locatie en benutting belangrijker worden dan het kale aantal laadpunten.
UEFA Conference League: Surdez zet FC Sion op voorsprong tegen Ajax