Nederlandse ondernemer blijft trouw aan diesel: run op jonge occasions
In dit artikel:
Uit RDW-data-analyse door platform Regeljelease.nl blijkt een scherp scheidslijn tussen particuliere en zakelijke auto’s: privéauto’s rijden nog maar voor 6,5 procent op diesel, terwijl 91,3 procent van alle Nederlandse bedrijfswagens op diesel rijdt. Elektrische bedrijfswagens vormen met 3,9 procent nog een marginale groep.
De verklaring is praktisch van aard: ondernemers hebben vaak zwaardere ladingen en langere bedrijfsritten, waardoor elektrische bestelauto’s met beperkte actieradius en zware accu’s die laadcapaciteit aantasten. Daardoor zijn EV-bussen voor veel beroepen nog geen volwaardig werkbaar alternatief.
Beleidsmaatregelen versnellen de dynamiek. Invoering van zero-emissiezones en het einde van de BPM-vrijstelling voor nieuwe bestelauto’s met verbrandingsmotor vanaf 2025 zetten ondernemers onder druk. Als gevolg ontstaat een run op jonggebruikte dieselbussen: voertuigen van vóór 2025 behouden tijdelijk fiscale voordelen en mogen, afhankelijk van hun emissieklasse, vaak nog tot 2028 of 2029 stadscentra in. Volgens Sem Smeenk, oprichter van Regeljelease.nl, kopen veel bouwvakkers en pakketbezorgers op die manier tijd om de definitieve overstap naar elektrisch uit te stellen.
Regionaal verschilt de situatie: zakelijk gezien ligt het dieselaandeel in vrijwel alle gemeenten ruim boven de negentig procent. Bij particulieren is diesel vrijwel verdwenen in de Randstad, maar blijft relatief populair in noordelijke plattelandsgemeenten; in De Fryske Marren en Achtkarspelen rijdt circa 15,8 procent van de particulieren op diesel, in Westerveld 14,3 procent — vermoedelijk door grotere afstanden en minder laadpunten.
Kortom: beleidsdruk en technologische beperkingen leiden nu tot een tijdelijke vlucht naar jonge dieseloccasions, terwijl grootschalige elektrificatie van bedrijfswagens nog afhankelijk is van betaalbare EV’s met voldoende actieradius, laadvermogen en een beter laadinfrastructuur.