New York dumpt 2.500 metrostellen in zee om kunstmatige riffen te creëren en biodiversiteit te herstellen
In dit artikel:
In de jaren 2000 besloot New Yorks metrobureau af te rekenen met verouderde treinstellen — vooral de rode ‘Redbird’-wagens — door ze te laten zinken tot kunstmatige riffen voor de oostkust van de VS. Tussen ongeveer 2001 en 2010 gingen meer dan 2.500 wagons het water in, vaak voor de kusten van Delaware en Virginia. Voordat ze afgedankt werden, werden de stellen grondig schoongemaakt: ramen, deuren, verlichting, rubber, olie en asbest werden verwijderd, zodat er een kaal stalen geraamte van circa 18.000 kilo overbleef.
Op pontons naar zee gebracht en met hydraulische liften afgezonken, vormen die stalen karkassen nu stevige ondergronden op anders kale zandbodems. Het ruwe, licht corroderende staal biedt snel houvast aan algen, mosselen en sponzen; binnen maanden ontstaan er rijke gemeenschappen die op hun beurt zeebaars, tonijn en makreel aantrekken. Het zogenoemde Redbird Reef bij Delaware is uitgegroeid tot een populaire vis- en duikplek en lokale autoriteiten melden een duidelijke toename van de visstand.
Fotograaf Stephen Mallon legde de transformatie vast: metrostellen met graffiti en gebruikssporen veranderen langzaam in onderwaterriffen. In tegenstelling tot mislukte experimenten met autobanden, blijven de zware wagons op hun plek en laten ze stroming toe. Het project wordt gepresenteerd als een betaalbare, duurzame vorm van recycling: in plaats van energieverslindend omsmelten krijgt schroot een nuttige, langjarige ecologische functie.