Niet iedereen voelt de torenhoge brandstofprijzen even hard: TNO ziet kleine maar kwetsbare groep in de knel
In dit artikel:
Brandstofprijzen schieten sinds begin 2026 opnieuw omhoog en liggen nu zelfs boven de pieken van 2022. TNO analyseerde daarom CBS-microdata (2024) voor ruim 7,3 miljoen particuliere auto’s (bedrijfs- en leaseauto’s niet meegerekend) en concludeert dat de pijn voor het gemiddelde huishouden meevalt doordat het gemiddeld besteedbaar inkomen de afgelopen vijftien jaar sneller steeg dan de pompprijzen. Achter dat gemiddelde gaan echter grote verschillen schuil: een kleine, kwetsbare groep loopt door de huidige prijzen financieel vast.
In een hoogscenario van €2,50 per liter blijken circa 225.000 huishoudens (2,7% van het totaal) — lage inkomens met hoge kilometrages — acuut in betaalproblemen te komen. In dat scenario besteden zij gemiddeld 17,6% van hun gestandaardiseerd besteedbaar inkomen alleen al aan brandstof. Een grotere schil van ongeveer 785.000 huishoudens (9,3%) met midden‑lage inkomens geeft gemiddeld 9,7% van het budget uit aan de pomp.
De samenstelling van de meest kwetsbaren is gemengd: ongeveer de helft heeft werk als belangrijkste inkomensbron, ruim een derde ontvangt een uitkering en zo’n 13% leeft van een pensioen. Huishoudens met kinderen zijn oververtegenwoordigd in deze groep; bijna de helft betreft gezinnen en 16% is eenoudergezinnen. Voor veel van deze huishoudens is de auto moeilijk te missen vanwege woon‑werkverkeer en zorgtaken.
Ruimtelijk gezien is de relatieve kwetsbaarheid het grootst in dunbevolkte gebieden zoals Noord‑Nederland, Zeeland en delen van Limburg, waar afstanden groter zijn en het openbaar vervoer beperkt. Toch wonen de meeste kwetsbare huishoudens in absolute aantallen in grotere en middelgrote steden.
TNO rekent ook door wat een generieke accijnsverlaging van €0,10 per liter oplevert: het effect is onevenredig gunstig voor hogere inkomens. Ruim 68% van de totale verlichting komt terecht bij midden‑hoge en hoge inkomens, terwijl nauwelijks meer dan 7% bij de laagste inkomensgroep terechtkomt. Conclusie: een algemene accijnsverlaging is een bot instrument; gerichtere maatregelen zijn nodig om de huishoudens met laag inkomen en hoge kilometrage daadwerkelijk te ontzien (bijv. gerichte financiële steun, betere bereikbaarheid of mobiliteitsoplossingen).