Nieuw Brits onderzoek toont aan dat elektrische auto's tegenwoordig net zo veilig zijn voor voetgangers als benzinemodellen
In dit artikel:
Jarenlang bestond de vrees dat elektrische voertuigen (EV’s) gevaarlijker waren voor voetgangers omdat ze te stil zijn. Eerder onderzoek (London School of Hygiene & Tropical Medicine, data 2013–2017) suggereerde inderdaad een hoger risico. Een recent grootschalig onderzoek van de University of Leeds, gepubliceerd in Nature en gebaseerd op ongevallencijfers van 2019–2023, tekent echter een ander beeld: het veiligheidsverschil is verdwenen.
Per miljard gereden mijlen vonden de onderzoekers 57,8 ongevallen met EV’s tegen 58,9 met benzineauto’s — een verschil dat statistisch verwaarloosbaar is. Twee ontwikkelingen verklaren die verschuiving. EV’s zijn gemiddeld jonger en vaker uitgerust met moderne assistentiesystemen zoals automatische noodremmen, en sinds 2019 moeten nieuwe elektrische auto’s een kunstmatig geluid produceren (AVAS: Acoustic Vehicle Alerting System) bij lage snelheid, waardoor voetgangers ze beter horen.
Een opvallende uitzondering zijn hybrides: het risico op een aanrijding met voetgangers is daar nog ongeveer dubbel zo hoog. De studie wijst niet op de aandrijflijn zelf, maar op gebruikspatronen: hybrides worden veel ingezet als taxi’s en Uber-voertuigen in drukke binnensteden, waar veel voetgangers en complexe verkeerssituaties samenkomen. Op het platteland verdwijnt dat verschil grotendeels.
De bezorgdheid dat het hogere gewicht van EV‑batterijen tot ernstiger letsel leidt, werd niet ondersteund door de data; de vorm van voertuigen (zoals hoge SUV-neus) blijft een belangrijkere risicofactor. Conclusie: met blijvende inzet op slimme veiligheidstechniek en aandacht voor stedelijk taxivervoer is grootschalige elektrificatie van steden goed te verzoenen met voetgangersveiligheid.