Olieprijs keldert naar dieptepunt, maar Nederlandse benzineprijs blijft onverminderd hoog
In dit artikel:
In Zwitserland zijn de benzineprijzen onlangs gedaald naar het laagste niveau sinds de zomer van 2021: gemiddeld 1,64 CHF per liter (ongeveer €1,79), met enkele pompen rond €1,58. Dat staat in scherp contrast met Nederland, waar de Gemiddelde Landelijke Adviesprijs voor Euro95 nu rond €2,262 per liter ligt; diesel kost hier ongeveer €2,03. Het verschil met Zwitserland en ook met buurlanden bedraagt gemakkelijk meer dan 50 cent per liter — op een volle tank kan dat zo’n drie kratten bier schelen of ongeveer €25 voordeel als je over de grens tankt.
De daling elders wordt vooral veroorzaakt door een wereldwijd overschot aan olie: Brent-olie handelt rond de 69 dollar per vat, en de sterkere euro ten opzichte van de dollar dempt prijsschommelingen voor Europese kopers. In Duitsland en België zie je de lagere grondstofprijs wél terug in pompprijzen; Oost-Vlaanderen noteert bijvoorbeeld tanktarieven rond €1,39 per liter, Duitsland rond €1,75 voor E10.
De reden dat Nederlanders daar weinig van merken, is fiscale: het merendeel van de brandstofprijs in Nederland bestaat uit accijnzen, een voorraadheffing en 21% btw. Die vaste belastingcomponent slorp de ruimte op voor prijsdalingen als de olieprijs zakt, waardoor brandstof in Nederland structureel duurder blijft. Resultaat: wie dicht bij de grens woont kan zélf belastingvoordeel pakken door in België of Duitsland te tanken, terwijl de Nederlandse schatkist profiteert van de hoge heffingen.