Ondernemingsraden BMW en Porsche uiten felle kritiek op Europees subsidiebeleid
In dit artikel:
In de regio Leipzig vormen de BMW- en Porsche-fabrieken met samen ruim 12.000 directe productiebanen en circa 9.000 banen bij toeleveranciers en logistiek een economisch zwaartepunt. Sinds de eeuwwisseling investeerden beide merken in de locatie, mede mogelijk gemaakt door flexibele afspraken met vakbond IG Metall; hier rollen modellen als de BMW 1‑Serie en de Porsche Macan van de band. Nu waarschuwen de ondernemingsraden echter luidkeels dat die positie gevaar loopt.
De bezorgdheid komt voort uit twee knelpunten. Allereerst zetten Europese plannen voor een nieuwe voertuiggerichte stimulering (M1E) in op zeer compacte elektrische auto's tot 4,20 meter, waardoor juist de in Leipzig geproduceerde compacte modellen (zoals de 1‑Serie en de elektrische MINI Countryman) buiten de boot vallen. Werkgevers en raden vinden dat zulke maatvoeringen niet aansluiten bij consumentengedrag en pleiten ervoor subsidies te richten op laadinfrastructuur en lagere laadtarieven in plaats van directe aanschafsteun.
Ten tweede staat de lokale toeleveringsketen onder druk door de kostbare omschakeling van verbrandingsmotorcomponenten naar EV‑onderdelen. Banken zijn terughoudend met financiering of vragen hoge rentes, wat faillissementen bij leveranciers in Saksen dreigt te veroorzaken. Zonder goedkopere staatsgaranties of andere steunmaatregelen kan productie verplaatst worden naar Oost‑Europa. Daarnaast klaagt Porsche over hoge Duitse industriële stroomprijzen die de concurrentiepositie aantasten. De ondernemingsraden waarschuwen dat zonder politieke bijsturing het Duitse auto‑industriecluster in Leipzig fragiel wordt.