Opel-CEO Huettl onthult in interview dat het label Made in Germany de enige reden is dat het merk nog bestaat
In dit artikel:
Florian Huettl, de CEO van Opel, geeft in een recent interview met Die Welt een openhartige verklaring waarom zijn merk vasthoudt aan een Duits imago, ondanks dat veel techniek onder de motorkap afkomstig is van moederconcern Stellantis (Peugeot/Citroën). Hoewel bodemplaten, motoren, transmissies en software uit gemeenschappelijke Stellantis-voorraadkasten komen, stelt Huettl dat de doorslaggevende verschillen in Rüsselsheim worden gemaakt: de afstelling van onderstel, rijstabiliteit op de Autobahn en zitcomfort moeten Duits aanvoelen.
Huettl legt uit dat het label Made in Germany meer is dan marketingretoriek; het vertegenwoordigt vertrouwen dat decennia kostte om op te bouwen en bepaalt in hoge mate de verkoopkansen, zeker in het hogere segment en onder zakelijke leaseklanten. Die conservatieve kopers hechten waarde aan een Duits product op de oprit en maken Opel minder vervangbaar. Daarom investeert Stellantis ondanks fors hogere kosten in Duitse fabrieken zoals Rüsselsheim en Eisenach.
Die strategie brengt risico’s mee: produceren in Duitsland is duur, en Opel concurreert zowel met externe spelers als intern binnen Stellantis — waaronder goedkope Chinese namen die het concern inmiddels heeft binnengehaald. Huettl ziet het Duitse paspoort als overlevingsstrategie: Opel kan qua prijs niet concurreren met lowcostmerken, dus moet het winnen op imago en afstemming. Zolang er een Duits label op de dorpel staat, lijkt de Duitse consument bereid technische Franse oorsprong te accepteren; of dat op de lange termijn zo blijft, blijft echter onzeker.