'Opleving Amerikaanse markt voor benzine-slurpers kan weleens de laatste zijn'
In dit artikel:
Donald Trumps terugkeer naar deregulering heeft Amerikaanse autofabrikanten tijdelijk lucht gegeven: door het afschaffen van strengere emissieregels afgelopen zomer kunnen Ford, General Motors en Stellantis weer volop grote benzineauto’s produceren, iets wat elke fabrikant veel hogere marges brengt. Muscle cars zoals de Dodge Charger Hemi en de nieuwe Ford Mustang Dark Horse – populair om vermogen en motorgeluid – profiteren direct van die omslag; een topman van Ford noemde de situatie een “kans van miljarden dollars”.
Op korte termijn betekent dat extra winst en hernieuwde focus op V8‑modellen. Onder druk van aandeelhouders schuiven fabrikanten investeringen in elektrische auto’s soms opzij: Ford zette een geplande fabriek voor EV’s in Tennessee weer om naar een productielijn voor benzinemotoren. Er is wel ontwikkeling, zoals een aangekondigde elektrische pick‑up van Ford met een streefprijs rond 30.000 dollar, maar het is onzeker of de binnenlandse koperbasis hiervoor klaar is.
Toch kleven er grote risico’s aan de strategie om vast te houden aan verbrandingsmotoren. Wereldwijd stimuleren overheden elektrisch rijden en verbeteren accu’s snel; dat bedreigt de exportmogelijkheden van Amerikaanse modellen op lange termijn. Daarnaast veroorzaken politieke uitspraken van Trump – bijvoorbeeld over Canada – reputatieschade die consumentenkeuzes kunnen beïnvloeden. Als Ford, GM en Stellantis te lang blijven inzetten op traditionele benzineauto’s, lopen ze het gevaar technologisch en markttechnisch achter te raken terwijl de rest van de wereld versneld naar emissievrije mobiliteit beweegt.