Pieter kreeg een prachtig gerestaureerde Toyota Carina van Cressida-rijdende schoonvader
In dit artikel:
Buschauffeur Jitze bij de Weg kocht zichzelf ooit een keurige, rijklare Toyota Cressida en raakte daarmee zijn schoonzoon Pieter Oppewal zozeer dat ook Pieter op zoek ging naar een klassieke Toyota. Pieter vond een Carina die er op foto’s goed uitzag maar in werkelijkheid sterk vervallen was; Jitze kocht die auto heimelijk, liet hem door een specialist restaureren en schonk de opgeknapte Carina op Koningsdag 2018 als verrassing aan Pieter. Zo ontstond een duo van originele Nederlandse Toyotas dat op oldtimerevenementen veel bekijks trok.
Het verhaal ontvouwde zich tijdens ontmoetingen bij diverse evenementen: Pieter werd in 2022 gespot op het festival in Nijverdal met zijn goudgele ‘Yellow Firefly’ Carina. De Cressida van schoonvader Jitze, een origineel Nederlands exemplaar uit 1977, kwam uit een zorgzame bewaring: de auto was ooit nieuw verkocht aan een directeur van een waterschap en had weinig kilometers gemaakt. Jitze — na een carrière als Friese streekbusschauffeur op pensioen — kocht de statige sedan op latere leeftijd (78) en reed er jarenlang zuinig en liefdevol mee; de stand bleef bescheiden (bij aankoop zo’n 48.000 km, inmiddels zo’n 71.000 km). Kort na de restauratie van de Carina overleed Jitze op 93-jarige leeftijd; de Cressida bleef daarna in de familie en is nu in handen van zijn dochter Ineke, met wie Pieter en hun zoon Atze de auto’s onderhouden en tentoonstellen.
Technisch en historisch kader: Pieter’s Carina is een eerste-generatie model (deelde techniek met de Celica), een lichte, achterwielaangedreven gezinsauto die vanaf 1970 op de Europese markt kwam. Carina’s waren er in verschillende carrosserieën en motorisaties (1,4–2,0 liter), en de kleine Toyota’s werden aanvankelijk snel door nieuwe modellen opgevolgd; slechte roestpreventie maakte echte overlevers zeldzaam. De Carina van Pieter onderging een ingrijpende reparatie: na fatale motorschade werd na lang zoeken een vervangend motorblok gevonden in Hoofddorp en door een specialist in Franeker ingebouwd. RDW-gegevens spreken van een 1.588 cc-blok met 75 pk, maar Pieter rekent op een sterkere uitvoering (102 pk), wat voor een wagen onder de 1.000 kg aardige prestaties zou betekenen.
De Cressida heeft in de Toyota-hiërarchie een hogere positie dan de Carina: op de thuismarkt bekend als Corona Mark II, werd de Cressida aangeboden als statige vierdeurs sedan (en in andere varianten) met fijnere afwerking, meer ruimte en opties zoals stuurbekrachtiging, automaat of vijfversnellingsbak en achterruitverwarming. Drie generaties Cressida verschenen tussen 1976 en 1988; in Europa had het model het moeilijk tegen stevige concurrenten en verdween het uiteindelijk uit de prijslijsten, waardoor authentieke Nederlandse exemplaren zoals die van Ineke zeldzaam en gevierd zijn op concours d’élégance.
Cultureel belang: het paar auto’s illustreert hoe Japanse merken in de jaren zeventig en tachtig met extra uitrusting, praktische motorisering en concurrerende prijzen Europese kopers wisten te winnen. Tegelijk benadrukt het verhaal de kwetsbaarheid van die auto’s — veel exemplaren verdwenen door snelle modelpolitiek en roest — waardoor Nederlandse overlevenden extra waardevol zijn voor liefhebbers en erfgoed. De Oppewal–Bij de Weg-familie draagt met zorg voor de Cressida en de gerestaureerde Carina bij aan het behoud van dat stukje automobielgeschiedenis en houdt de herinnering aan Jitze levend.