Porsche verwacht aanhoudend lage verkoopcijfers in China
In dit artikel:
Porsche en moederconcern Volkswagen temperen de verwachtingen voor China, de grootste automarkt ter wereld. Volgens Volkswagen-topman Oliver Blume is “de gehele premium- en luxemarkt in China in korte tijd met zo’n 80 procent ingestort en we verwachten geen herstel.” Porsche bereidt zich voor op blijvend lagere volumes: waar het merk aan het begin van het decennium dicht bij 100.000 leveringen zat, waren dat in 2015 nog iets minder dan 42.000 en bronnen binnen het bedrijf rekenen dit jaar op circa 30.000–40.000 stuks.
De terugval heeft meerdere oorzaken. Fabrieksprijzen liggen onder druk door een jarenlange prijsoorlog in China, sinds 2025 geldt een hogere luxebelasting die dure modellen extra treft, en nieuwe regels rond maximaal energieverbruik van EV’s raken vooral zware, grote auto’s. Tegelijk verliezen internationale merken terrein aan Chinese fabrikanten die snel inlopen op het gebied van elektrificatie en software. Als reactie heeft Porsche zijn dealernetwerk verkleind en de lokale organisatie versmald om ook bij lagere volumes winstgevend te blijven. Daarnaast wordt er ingezet op China-specifieke software en infotainment, ook voor benzinemodellen, om digitaal terrein te winnen. Een definitieve beslissing over lokale ontwikkeling of productie is nog niet genomen.
Interne veranderingen bij Porsche markeren ook een koerswijziging: Michael Leiters (voorheen McLaren) nam recent het opereren over en voerde meteen een wissel door in de designleiding. Blume benadrukt dat productkwaliteit niet de kern van het probleem is en wijst op nieuwe modellen (zoals de 911 Turbo S en een elektrische Cayenne) als maatstaf, maar de marktomstandigheden dwingen tot aanpassing.
Voor Volkswagen als geheel zijn de ontwikkelingen bij Porsche onderdeel van een bredere stress-test in China. In 2025 daalden de groepsleveringen naar het laagste niveau in veertien jaar (minder dan 2,7 miljoen voertuigen, −8%). Volkswagen verloor zijn leidende positie en staat nu achter BYD en Geely. Bij volledig elektrische auto’s presteert het merk zwak: vorig jaar leverde Volkswagen ongeveer 83.700 BEV’s in China — minder dan sommige concurrenten zoals Toyota — waardoor het marktaandeel in EV’s een eencijferig percentage is. Daarentegen bleef Volkswagen sterk in voertuigen met verbrandingsmotoren (meer dan 22% marktaandeel), wat cashflow oplevert om de transitie naar elektrificatie te financieren.
Volkswagen zet in op een groots productoffensief in China: ongeveer 30 nieuwe geëlektrificeerde modellen tegen 2027 en circa 50 tegen 2030, plus de eerste in China ontwikkelde Volkswagen die recent van de band rolde. Het concern zoekt samenwerking met lokale partners (onder meer Xpeng en de Joi-joint-venture met SAIC). CEO Ralf Brandstätter noemt 2026 “een overgangsjaar” en verwacht dat het effect van het offensief pas in 2027 echt voelbaar wordt; cruciaal is dat software, fabrieken en dealers gelijktijdig presteren. Financieel leverden de Chinese joint ventures van Volkswagen het afgelopen boekjaar minder dan €1 miljard winst op — tegenover €4–5 miljard in topjaren — en het bedrijf mikst op meer dan €2 miljard in 2027.
Kortom: Porsche en Volkswagen passen strategie en organisatie aan wegens structurele verzwakking van de Chinese premiummarkt, technologische en regelgevende veranderingen en sterke concurrentie van lokale merken. De komende jaren zullen uitwijzen of productaanpassingen, softwarelokalisatie en strategische partnerschappen genoeg zijn om het tij te keren.