Renault 14: De 'Peer' viert zijn 50ste verjaardag
In dit artikel:
Renault introduceerde de 14 op 25 mei 1976 tijdens een show op de Place des Invalides in Parijs. Het model moest een moderne, compacte middenklasser met hatchback-carrosserie worden en drijven op de gezamenlijke X-motor die Renault en Peugeot in de jaren ’70 samen ontwikkelden (de basis kwam uit de Peugeot 104). In vormgeving en comfort bood de 14 veel moderns: korte buitenlengte (4,02 m) maar een ruim interieur, een grote achterklep en een contemporair imago. Toch werd hij al snel een omstreden auto.
Belangrijkste oorzaken van het mislukken waren technisch, commercieel en imagogerelateerd. De liggende lichtmetalen X-motor (1.218 cc in de basisuitvoering) bleek duur in productie, maakte een irritant, zaagachtig geluid en had de neiging hoorbaar te “kantelen” bij schakelen of zonder gas. De ontbrekende 3-deursvariant — belangrijk voor veel Noord-Europese kopers — en de positionering binnen Renaults eigen gamma veroorzaakten verwarring: de 14 zat onduidelijk tussen kleinere en grotere modellen in, terwijl hij vaak duurder aanvoelde dan zijn uitrusting en afwerking rechtvaardigden. Een pr-blunder in juli 1977, waarin de carrosserie met een peer werd vergeleken, beschadigde het imago extra; kopers voelden zich belachelijk gemaakt en potentiële klanten werden afgeschrikt.
Renault reageerde met extra uitvoeringen en technische aanpassingen: aanvankelijk L en TL, later beter uitgeruste GTL en in 1979 de sportievere TS met dubbele carburateur (69 pk). Om koppelproblemen te verhelpen werd later een 1.360 cc versie geïntroduceerd (tot circa 70 pk), en in 1980 volgde een facelift met gewijzigde bumpers en richtingaanwijzers. Toch waren concurrenten als de Simca/ Talbot Horizon, VW Golf, Opel Kadett, Ford Escort en Mazda 323 al verder in ontwikkeling en aantrekkelijker voor kopers, waardoor de 14 marktaandeel misliep.
Een belangrijke strategische klap kwam toen de samenwerking tussen Peugeot en Renault strandde en Peugeot de rechten op de X-motor behield. Renault moest terugvallen op de oudere gietijzeren Cleon-motoren, wat de toekomstige lijnen van producten zoals de Renault 9 (1981) bepaalde — een sedan die wél goed werd ontvangen (hij werd Auto van het Jaar), maar die ook aangaf dat Renault de 14 stilaan had opgegeven. De 14 kreeg nog speciale actiemodellen in diverse landen, maar de productie stopte in 1983: in totaal rolden 999.193 exemplaren van de band.
Terugkijkend bleek de 14 een mengeling van vooruitstrevende ideeën (compacte hatchback met veel binnenruimte) en verkeerde keuzes (kapitale motor, ongelukkige styling- en marketingbeslissingen, twijfelachtige positionering binnen het merk). Hoewel bijna één miljoen stuks verkocht niet slecht is, kon de 14 niet tippen aan tijdgenoten als de Golf of Kadett. Pas met de Renault 19 (1988) leverde Renault weer een compacte middenklasser die qua formaat, comfort en marktpositionering overtuigde.