Renault: na Mobilize valt nu ook het doek voor Ampere
In dit artikel:
Renault schrapt Ampere, de divisie voor elektrische voertuigen die in 2023 was opgezet om EV-activiteiten los te koppelen van verbrandingsmotoren. Onder de nieuwe CEO François Provost wordt die afscheiding teruggedraaid: de ongeveer 11.000 medewerkers van Ampere blijven aan hun projecten werken, maar rapporteren voortaan grotendeels rechtstreeks aan Renault. Veel dochterbedrijven van Ampere, zoals ElectriCity en de Cléon-motorenfabriek, worden direct onder Renault geplaatst.
De beslissing vloeit voort uit Provosts streven naar eenvoudigere besluitvorming en kortere communicatielijnen. Hij keert daarmee expliciet terug van de strategie van zijn voorganger Luca de Meo, die juist had ingezet op het opsplitsen en een geplande beursgang van Ampere (die in 2024 werd afgeblazen). Die mislukte IPO en terughoudende investeerders lieten zien dat het succes van Tesla niet zomaar te kopiëren is, en dat een aparte EV-divisie het interne bestuur complex kan maken.
Niet alles verdwijnt: circa 10% van het personeel — vooral ingenieurs op het gebied van batterijen en elektronica — verhuist naar een nieuwe, volledig in Renault bezit zijnde eenheid genaamd Ampere Energy. De rest wordt geïntegreerd in bestaande Renault-structuren.
Het doel van de reorganisatie is praktisch: minder managementlagen, snellere beslissingen en kortere ontwikkelingstijden. Als eerste bewijs van die ambitie wordt de nieuwe Twingo genoemd, die volgens Renault in twee jaar tijd is ontwikkeld; die werkwijze moet model staan voor komende Renault- en Dacia-modellen. De stap volgt op vergelijkbare inzichten bij andere fabrikanten (onder meer de problemen rond Ford’s Model E), en markeert een verschuiving terug naar een meer geïntegreerde aanpak binnen de autosector.