Renault, Stellantis en Volkswagen willen van Brussel weten wat 'Made in Europe' inhoudt
In dit artikel:
Renault Groep, Stellantis en Volkswagen — samen goed voor ruim 60% van de autoproductie in de EU — vragen de Europese Commissie om duidelijkere en praktische regels rond het ‘Made in Europe’-plan. De fabrikanten willen een eenvoudig, controleerbaar kader dat niet alleen productie in Europa beloont, maar ook engineering en R&D meeneemt, zodat Europa zijn leidende positie in de automobielindustrie behoudt.
Brussel stelde eerder eisen voor: voertuigen voor bedrijfswagens en kleine elektrische auto’s moeten in de EU worden geassembleerd om voor overheidsopdrachten en subsidies in aanmerking te komen, plus een vereiste van 70% ‘local content’ voor onderdelen (exclusief batterijen). Niet-Europese merken als Toyota, Jaguar Land Rover en Honda vrezen dat onderdelen uit het Verenigd Koninkrijk, Japan en Turkije worden uitgesloten, wat de inkoopkosten en dus consumentenprijzen kan opdrijven.
Het alternatieve voorstel van Renault, Stellantis en Volkswagen houdt in dat 70% van de in de EU verkochte voertuigen voor 70% uit onderdelen uit de EU27 plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen moet bestaan; de overige 30% mag van buiten Europa komen. De drie bedrijven noemen die verhouding eerlijk, maar erkennen dat er verzet kan komen van niet-Europese fabrikanten. Ze benadrukken dat het initiatief niet bedoeld is als afsluiting, maar om verdere uitbesteding aan derde landen te temperen en vragen compensaties of voordelen om hogere Europese energie- en loonkosten te compenseren.
Vandaag Inside Oranje: Hoe denken FC Barcelona-fans over Frenkie de Jong?