Rit naar Madrid met Skoda Superb bewijst: auto's zijn helemaal niet duurder geworden
In dit artikel:
In 1990 lag de grens voor een “duidelijke” auto bij honderdduizend gulden: voor dat geld kon je in het topsegment terecht, zoals bij een Mercedes S-klasse (een eenvoudige 260 SE kostte toen 117.000 gulden, €53.160). Om te controleren of auto’s echt “duurder” zijn geworden, gaf de redactie hetzelfde bedrag uit — niet aan een Benz, maar aan een totaal uitgeruste Skoda Superb Combi — en reed ermee van Nederland naar Madrid en terug.
De gekozen Superb (Sportline Business Edition) is bijna vijf meter lang en bijna twee meter breed, praktisch even ruim als een klassieke S-klasse. Met opties als Apple CarPlay, rondomcamera’s, ledverlichting, stoelverwarming- en ventilatie, leren bekleding, head-up display, instelbaar onderstel en een werkende stoelmassage komt de prijs uit op ruim €56.000. Het is een volgeladen, moderne familiewagen vol comfort- en luxefeatures — plus praktische extra’s zoals een paraplu in de deur en een ijskrabber in het tankklepje.
Technisch is het een plug-in hybride: een 1,5-liter viercilinder turbobenzine ondersteund door een elektromotor en een 19,7 kWh-accu, goed voor ongeveer 125 km puur elektrisch. Voor de lange rit naar Spanje werkte het systeem vooral als hybride, waarbij de elektromotor de benzinemotor assisteert; dat levert een stille, ontspannen rijervaring waarbij de viercilinder zelden boven de 2.000 toeren komt. De zestraps DSG-automaat schakelt soepel en draagt bij aan het comfort. Over ruim 3.500 km bleef het gemiddelde verbruik zonder tussentijds laden rond de 5 l/100 km — aanzienlijk zuiniger dan een vergelijkbare S-klasse uit de jaren negentig.
Het onderstel biedt vijftien dempinstellingen en meerdere rijmodi; op snelweg- en landweggetappes gaf de instelling ‘Individual’ met zachte demping en zwaardere besturing veel comfort en rust. Sommige (optionele) 19-inch wielen zijn minder vriendelijk voor comfort dan de standaard 18-inch. Verder levert de Superb tal van moderne veiligheidssystemen en rijhulp: camerasystemen, automatische remassistentie, waarschuwingssystemen, adaptieve verlichting en automatische ruitenwissers — zaken die in 1990 nog nauwelijks bestonden.
De conclusie van de proefrit: nee, je krijgt niet minder waar voor je geld dan in 1990. Hoewel nominale prijzen van luxeauto’s (een nieuwe S-klasse kost nu minimaal rond €135.000) omhoog zijn gegaan, valt de vergelijking scheef als je alleen naar prijs kijkt. Voor het bedrag dat een S-klasse toen kostte koop je nu een zeer complete, zuinige, ruimere en veiliger uitgeruste auto. In termen van comfort, techniek en veiligheid biedt de moderne Superb veel meer dan de toplimousines van eind jaren tachtig en vroege jaren negentig.