Seat op de schopstoel
In dit artikel:
Seat dreigt het eerste grote slachtoffer te worden van de sanering binnen de Volkswagen Groep. Het concern wil zijn jaarlijkse productiecapaciteit terugbrengen van ongeveer 10 naar 9 miljoen auto’s, mogelijk zelfs 8 miljoen. Daardoor is er minder ruimte voor merken en activiteiten die onvoldoende winst opleveren.
De positie van Seat was al langer kwetsbaar. Volkswagen investeerde de afgelopen jaren steeds meer in Cupra, dat in 2018 van een sportieve Seat-uitvoering uitgroeide tot een zelfstandig merk met hogere marges. Seat kreeg daarentegen nauwelijks nieuwe modellen en wordt ook elektrische modellen onthouden, omdat Volkswagen verwacht dat die voor het merk weinig winst opleveren. De Ibiza en Leon kunnen de komende jaren nog voor redelijke verkopen zorgen, maar na 2030 dreigt Seat zonder geschikt aanbod te zitten, onder meer omdat in het Verenigd Koninkrijk volgens de huidige plannen geen nieuwe auto’s met verbrandingsmotor meer mogen worden verkocht.
Volkswagen zegt dat de toekomst van Seat na de huidige productcyclus wordt beoordeeld en dat na 2030 meerdere scenario’s mogelijk zijn. In Spanje groeit de overtuiging dat het concern beter één van de twee merknamen kan behouden en het geld vooral in Cupra kan steken. Seat was in 2025 goed voor minder dan 3 procent van de wereldwijde leveringen van Volkswagen, waardoor het merk in Wolfsburg relatief eenvoudig kan worden opgeofferd. Een definitief besluit is echter nog niet genomen.
De problemen komen voort uit een bredere omslag in de auto-industrie. Europese, Amerikaanse, Japanse en Zuid-Koreaanse fabrikanten verkochten tussen 2019 en 2025 gezamenlijk 12,6 miljoen auto’s minder. In Europa lag de verkoop in 2025 ongeveer twee miljoen voertuigen onder het niveau van 2019. Chinese fabrikanten hebben inmiddels naar schatting 15 procent van de Europese markt in handen. Merken als BYD en Geely hebben Volkswagen in China voorbijgestreefd, terwijl ook Toyota er inmiddels meer klanten trekt.
Volkswagen onderschatte volgens de analyse hoe snel de Chinese auto-industrie zich tijdens de coronapandemie ontwikkelde. Chinese fabrikanten leerden via samenwerkingen met westerse concerns auto’s bouwen en schakelden met steun van de regering succesvol over op elektrische modellen. Volkswagen kampt daarnaast met de financiële gevolgen van de dieselaffaire en problemen bij elektrische modellen zoals de ID.3. De Europese markt herstelde niet volledig en in de Verenigde Staten maakte het concern te laat werk van een geschikte fabriek en een passend modellengamma.
Ook andere fabrikanten bereiden zich voor op een consolidatieronde. Stellantis investeert het grootste deel van zijn Europese budget in Fiat, Jeep, Peugeot en RAM, terwijl merken als Opel, Lancia, Maserati, Alfa Romeo en Citroën veel minder middelen krijgen. Nissan sluit fabrieken en verkleint zijn modellengamma; Jaguar Land Rover schrapt banen. Volgens analisten zullen wereldwijd vooral grote, financieel sterke merken overleven. Ook in China wordt een harde sanering verwacht: adviesbureau AlixPartners denkt dat in 2030 nog maar 15 van de huidige 129 Chinese automerken financieel levensvatbaar zijn.
Vandaag Inside: Samuel Welten heeft niet door dat camera al draait in In de Wandelgangen: 'Ooooh god!'