Smart-tv's worden veel groter (maar wil je dat ook echt)

donderdag, 23 april 2026 (07:43) - WANT

In dit artikel:

In de concurrentiestrijd tussen fabrikanten als Samsung, LG en Sony gaat het steeds vaker om formaat: merken proberen met de grootste smart-tv’s op te vallen. Het meest extreme voorbeeld nu is Samsungs Neo QLED van 98 inch (ongeveer 249 cm). Hoewel indrukwekkend, levert zo’n kolos niet per se een scherper beeld op: hard- en software zijn vaak identiek aan kleinere modellen, en resolutie en bronmateriaal bepalen de beeldkwaliteit.

Dat tv’s gemiddeld groter worden heeft meerdere oorzaken. Smartphones zijn de afgelopen jaren bijna aan hun praktische grens gekomen, waarna sommige modellen juist weer kleiner werden; hierdoor groeit de behoefte aan grotere, comfortabele schermen thuis. Mensen spenderen dagelijks zo’n vijf uur aan schermtijd en willen ’s avonds op de bank niet naar een klein scherm turen. Gemiddeld is de tv-maat daardoor opgelopen van zo’n 55 naar circa 60 inch.

Tegelijkertijd stimuleert de opkomst van streamingdiensten en accessoires zoals soundbars en slimme verlichting het creëren van een thuisbioscoop. Voor velen vervangt een grotere, goed uitgeruste woonkamer de bioscoopervaring.

Maar groter heeft nadelen: enorme schermen kunnen kleine kamers overheersen en zorgen voor oogvermoeidheid als je te dicht zit; ze zijn zwaar en lastig te plaatsen, verbruiken meer stroom en garanderen geen betere weergave als de content niet hoogwaardige resolutie heeft. Bovendien kunnen slimme functies trager aanvoelen door het energieverbruik.

De trend naar grotere schermen zet waarschijnlijk door, maar net als bij telefoons zal er een functionele grens ontstaan. Praktisch advies: kies een tvgrootte die past bij je kijkafstand, ruimte en het type content (4K-content haalt meer voordeel uit grote panelen). Laat je niet alleen leiden door marketingclaims; een 43-inch smart-tv kan dezelfde series tonen als een 98-inchreus, met vaak minder nadelen voor veel huishoudens.