Stellantis in onderhandeling met Chinese concurrenten over 4 Europese fabrieken
In dit artikel:
Stellantis overweegt de verkoop van vier Europese fabrieken om overtollige productiecapaciteit te verminderen. Het gaat expliciet om de vestigingen in Rennes (Frankrijk), Madrid (Spanje) en Cassino (Italië); de vierde locatie is nog niet bekend. Als alternatief onderzoekt het concern ook opties om locaties te delen met partijen zoals de Chinese fabrikant Dongfeng, in ruil voor technologische toegang en een hernieuwde samenwerking. Managers van Dongfeng bezochten deze maand al fabrieken in Rennes en Madrid en bekeken ook sites in Italië en Duitsland. Een mogelijke uitkomst is gezamenlijke productie in Europa en China en een herintroductie van Peugeot op de Chinese markt; eerdere gezamenlijke activiteiten in China tussen beide partijen waren niet succesvol.
Stellantis heeft 20 autofabrieken in Europa en blijft, zelfs na een verkoop van vier sites, de tweede grootste producent achter Volkswagen. De voorgenomen maatregelen zijn geen reactie op zwakke verkopen in Europa: in het eerste kwartaal registreerde het concern 696.676 voertuigen (+5%). Sterke groei was er onder meer in Oostenrijk, Polen en Duitsland; merken als Fiat, Lancia, Citroën en Opel/Vauxhall boekten de grootste percentagegroei. In Nederland daalden registraties echter met 10% tot 10.601 stuks; Peugeot worstelt hier, terwijl DS, Fiat en Jeep meer belangstelling trekken.
Concreet stopt Stellantis de autoproductie in Poissy vanaf 2028; de fabriek gaat daarna over op materiaalrecycling. De mogelijke verkoop van Cassino zet vraagtekens bij de toekomst van de Alfa Romeo Giulia en Stelvio en de Maserati Grecale: voor Grecale is al geen opvolger gepland en de vernieuwing van Giulia/Stelvio is met twee jaar uitgesteld, mogelijk een voorbode van afstel. Om spanningen met Italiaanse vakbonden en overheid te temperen, heeft topman Antonio Filosa toegezegd 400 extra medewerkers aan te nemen voor de Mirafiori-fabriek in Turijn.