Stellantis-merk aangeklaagd vanwege (on)gelimiteerde SUV
In dit artikel:
In 2021 bracht Dodge in de VS een Durango Hellcat uit: een zevenzits SUV met de beruchte 6,2‑liter supercharged V8 van 717 pk, gepresenteerd als een laatste, gelimiteerde run. Dealerprijzen begonnen rond 80.995 dollar, maar sommige kopers betaalden tot 114.225 dollar — in de veronderstelling dat er maar 3.000 exemplaren zouden komen en de auto daardoor zeldzaam en waardevast zou blijven.
Toen Dodge (onder Stellantis) in 2023 echter weer Hellcat‑modellen en speciale edities ging produceren — waaronder opnieuw Durango‑varianten — voelden die 2021‑kopers zich misleid. Zij spanden een rechtszaak aan en stelden dat de hervatting van de productie hun auto’s minder waard maakte en dat ze dus te veel hadden betaald op basis van het idee van blijvende exclusiviteit.
De rechter wees de claim af. Volgens het vonnis had Dodge in 2021 niet opzettelijk een verband gelegd tussen de dure run dat jaar en het permanent stoppen van Hellcat‑modellen. Destijds speelde ook de geplande overgang naar elektrische auto’s en strenger wordende milieuvoorschriften een rol in de communicatie; twee jaar later waren omstandigheden veranderd, waardoor de fabrikant kon besluiten toch verder te gaan. Die onvoorziene wijziging in plannen maakte het volgens de rechtbank geen bewuste misleiding.
De uitspraak is relevant voor kopers van gelimiteerde auto’s: fabrikanten kunnen hun strategie snel aanpassen, en beloften of veronderstelde “nooit‑meer”‑claims zijn juridisch kwetsbaar als situaties veranderen. Voor verzamelaars en kopers betekent dit dat vermeende exclusiviteit niet altijd een garantie is voor blijvende waarde — zeker niet als de maker later opnieuw productie opzet.