Stuurt Brussel de Europese auto-industrie met regelgeving de afgrond in?
In dit artikel:
De Duitse auto-industrie verkeert in zwaar weer. Sinds 2019 worden in de Europese Unie jaarlijks ongeveer drie miljoen minder auto’s verkocht dan vóór de coronapandemie. Volgens de betrokken topmanagers komt dat vooral doordat auto’s door steeds complexere Europese regelgeving sterk in prijs zijn gestegen en voor veel consumenten onbetaalbaar zijn geworden.
Dat is vooral zichtbaar bij Dacia, dat zich richt op prijsbewuste kopers. Een Dacia Sandero kostte in 2014 ongeveer de helft van de huidige prijs, terwijl de algemene prijsstijging in die periode veel beperkter was. Een kwart van Dacia’s ontwikkelingsbudget gaat inmiddels op aan het voldoen aan EU-regels. De verkoopdaling heeft gevolgen voor de hele productieketen en zou volgens Dacia-CEO Katrin Adt overeenkomen met het verlies van ongeveer tien autofabrieken.
Renault-topman François Provost en andere industriechefs, onder wie Volkswagen-topman Oliver Blume en Mercedes-CEO Ola Källenius, waarschuwen eveneens voor een overvloed aan regels. Zij vrezen dat hoge prijzen en een verouderend wagenpark de overgang naar emissiearme auto’s vertragen. Een aangekondigde herziening van het verbod op nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 is er voorlopig niet gekomen.
De Duitse deelstaten Baden-Württemberg, Beieren en Nedersaksen vragen Berlijn en Brussel om minder bureaucratie, meer flexibiliteit bij CO₂-doelen en steun voor accu’s, halfgeleiders en andere sleuteltechnologieën. Ook de Groene minister-president van Baden-Württemberg, Cem Özdemir, wil dat auto’s in Duitsland gebouwd blijven worden. De auteur ziet deregulering en bescherming tegen oneerlijke concurrentie als noodzakelijk om banen en de Europese concurrentiekracht te behouden.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp tipt gele bril van 2,99; René an der Gijp: ‘Die winkel krijgt het morgen druk!’