Te lang voor hun elektrische auto: Eurocommissarissen klagen over rit naar Straatsburg
In dit artikel:
De Europese Commissie loopt zichzelf tegen de lamp: beleid dat op papier goed klinkt, botst in de praktijk met beperkte laadinfrastructuur en bereik van elektrische dienstauto’s. Sinds 2022 hebben meerdere eurocommissarissen elektrische wagens voor de maandelijkse verplaatsing tussen Brussel en Straatsburg — een rit van ongeveer 440 km — en ervaren nu vertragingen door laadsessies en actieradiusproblemen. Chauffeurs moeten tussenstops inlassen of langzamer rijden om het bereik te vergroten; in sommige gevallen duurt de reis zo veel langer dat commissarissen alternatieven zoeken, zoals luxe shuttlebussen (Hongaarse commissaris Olivér Várhelyi) en het vermijden van hogesnelheidstreinen.
Het incident legt twee knelpunten bloot: enerzijds het energienet en de laadpaaluitrol die de vele aanvragen niet bijhouden, anderzijds beleidskeuzes in Brussel die uitgaan van snelle elektrificatie zonder voldoende praktijktoetsing. De commissarissen vergaderen maandelijks in Straatsburg, iets dat zowel een milieu-impact heeft als logistieke problemen oplevert — suggesties om alleen in Brussel samen te komen werden niet overgenomen.
De adoptie van elektrische dienstauto’s gaat terug op besluiten uit de tijd van Frans Timmermans; tegelijk dwingt EU-regelgeving autofabrikanten richting volledig elektrisch en komt er vanaf 2028 een klimaatbelasting die benzine en diesel duurder maakt. Autofabrikanten waarschuwen al langer dat consumenten nog niet overal klaar zijn voor die omslag. Onder Eurocommissaris Wopke Hoekstra zijn reeds pogingen gedaan om sommige groene maatregelen af te zwakken, maar de precieze aanpassingen blijven onduidelijk.
Kortom: de Brusselse push naar elektrisch rijden blijkt kwetsbaar voor infrastructurele en praktische beperkingen. Het confronteert beleidsmakers zelf met de gevolgen van hun beleid en voedt kritiek dat ambtenaren en politici minder rigoureus hoeven te handelen dan van burgers wordt gevraagd.