TEST - Deze peperdure Duitse auto's worden dankzij hoge benzineprijzen ineens aantrekkelijk
In dit artikel:
Audi en Mercedes vergelijken hun grote plug-inhybride stationwagens: de Audi A6 Avant e‑Hybrid Quattro tegenover de Mercedes E 300e Estate. Beide combineren een viercilinder turbobenzinemotor met een krachtige elektromotor en een relatief grote batterij, waardoor je bij consequent opladen vrijwel niet meer naar de pomp hoeft voor dagelijkse ritten.
Qua systeemvermogen heeft de Mercedes de leiding: 313 pk tegen 299 pk bij de Audi — dat ondanks dat de afzonderlijke verbrandings‑ en elektromotoren van de Audi op papier zwaarder lijken. De A6 brengt zijn vermogen via een dubbele koppeling naar alle vier de wielen (quattro), de E‑klasse gebruikt een traditionele automaat met koppelomvormer en drijft alleen de achterwielen aan. In prestaties blijft de Audi bij sprints de Mercedes nét voor en haalt zij een hogere topsnelheid (250 km/h, 23 km/h meer dan de E‑klasse). De automaat van Mercedes schakelt daarentegen soepeler, vooral bij rustig rijgedrag.
Op elektrisch rijden scoort de Mercedes duidelijk beter: een officiële elektrische actieradius van circa 110 km tegenover ongeveer 98 km voor de Audi, en bovendien een gunstiger stroomverbruik. Ook laadmogelijkheden spreken in het voordeel van de E‑klasse: met de optionele CCS‑ingang kan hij met maximaal 55 kW DC snelladen, terwijl de Audi beperkt is tot 11 kW AC, waardoor die langer aan de wallbox hangt. Beide modellen gebruiken adaptieve regeneratie om remenergie terug te winnen en stemmen dit intuïtief af op de verkeerssituatie.
Kortom: wie vooral elektrisch en efficiënt wil rijden en sneller wil kunnen snelladen, heeft aan de Mercedes een aantrekkelijk pakket; wie de sportievere rijbeleving, vierwielaandrijving en iets hogere top‑ en sprintprestaties belangrijker vindt, zit beter bij de Audi. Beide viercilinders missen onder zware belasting het raffinement van grotere zescilinders, maar worden door de elektromotoren voelbaar en hoorbaar ondersteund.