TEST heftige Italiaanse hybride: van 0 naar extase in 2,8 seconden
In dit artikel:
Ferrari heeft de 296 Speciale scherp aangescherpt: meer vermogen, minder gewicht en ingrijpende aanpassingen aan onderstel en aerodynamica maken van deze hybride een extreem betrokken sportwagen. De testauto combineert een tweeliter V6 met twee turbo’s en een elektrische aandrijving tot een systeemvermogen van ongeveer 880 pk — zo’n 50 pk meer dan de gewone 296 GTB — en levert daarmee een rauwe, direct aanwezige acceleratie die op snelheidsmeters ver voorbij de 280 km/h komt.
Op het circuit valt meteen de effectiviteit van de carbon-keramische remmen op: enorme snelheden worden omgezet in uiterste vertraging en hitte, waarna het chassis de wagen feilloos door bochten leidt. De 296 Speciale voelt lichtvoetig en uiterst precies aan; ondanks zware dwarskrachten blijft de auto stabiel, wat vertrouwen geeft om het gas vroeg weer open te zetten. In de rijmodus Qualifying benut de elektromotor zijn onmiddellijke koppel om uit bochten te schieten — een effect dat veel sterker is dan de schijnbaar kleine pk-toename doet vermoeden. De schakelmomenten zijn flitsend: flippers reageren bliksemsnel zonder harde schokken, en de motor- en uitlaatsoundtrack is luider en agressiever dan die van de GTB, dichter bij het karakter van een V12 dan bij een typische zescilinder.
Het onderstel biedt een zeldzame combinatie van scherpte en comfort. Op hoge snelheid en slechte wegen blijft de Speciale rustig en voorspelbaar dankzij aerodynamische verfijningen; tegelijk is het verrassend comfortabel wanneer je rustig rijdt. In elektrisch rijden zoemt de Ferrari zacht door de stad, zij het slechts tot ongeveer 25 kilometer EV-bereik. De balans profiteert van de centraal geplaatste motor en uitstekende tractie: de auto voelt altijd beheersbaar en laat zich gecontroleerd in drifts dwingen, waarbij semislicks dikke rubbersporen achterlaten.
Niet alles is onverdeeld positief: de racestoelen doen hun werk tijdens extreme acceleraties en bochten maar zijn op langere ritten onverbiddelijk hard. Na een paar uur rijden voelt het zitcomfort pijnlijk aan; ook de zespuntsgordel kan na verloop van tijd oncomfortabel worden. Daardoor is de 296 Speciale minder geschikt als dagelijkse autopartner, hoewel iedere gereden kilometer opwindend blijft.
Conclusie: de 296 Speciale is lichter, krachtiger en scherper dan de GTB en levert een uitzonderlijke mix van precisie, snelheid en puur rijplezier. Met een prijskaartje rond €425.567 (België: €407.000) is het een kostbaar kunstwerk dat de vraag oproept of veel exemplaren niet in privécollecties zullen verdwijnen. De schrijver hoopt dat eigenaren hun auto’s zowel op straat als op het circuit laten schitteren, want zulk rijplezier verdient het om gezien en ervaren te worden.