Tot een kwart van je laadstroom gaat verloren: zo beperk je het verlies tot minder dan 7 procent
In dit artikel:
Een test van de Duitse mobiliteitsclub ADAC onder vijf actuele elektrische auto’s laat zien dat laadverlies sterk afhangt van de laadwijze. Bij laden via een gewoon huishoudelijk stopcontact ging bij alle modellen de meeste energie verloren. De Mercedes-Benz CLA 350 EQ was het minst efficiënt: bij 2,3 kilowatt verdween 24,2 procent van de afgenomen stroom. Bij de andere auto’s lag het verlies via het stopcontact tussen 12,7 en 15,3 procent.
Laden met een geschikte thuislader op het hoogste vermogen dat de auto aankan, was veel efficiënter. In die situatie bleef het verlies bij alle testauto’s onder 7 procent. De Renault 5 E-Tech presteerde het best: bij 11 kilowatt ging slechts 5,1 procent verloren. Het verschil komt onder meer doordat de boordlader wisselstroom moet omzetten in gelijkstroom voor de accu. Bovendien blijven systemen in de auto tijdens het laden actief. Bij langzaam laden duurt de sessie langer, waardoor die systemen relatief meer energie verbruiken.
De ADAC beschouwt een huishoudelijk stopcontact daarom als noodoplossing, ook vanwege de veiligheidsrisico’s van langdurige zware belasting. Voor regelmatig laden wordt een professioneel geïnstalleerde thuislader aangeraden. Wie met zonnestroom laadt en het vermogen beperkt tot het beschikbare overschot, accepteert soms meer verlies — in de test 8,0 tot 12,8 procent — maar kan toch financieel voordelig uit zijn dankzij de goedkope zelf opgewekte stroom. Een slimme lader kan het laadvermogen daarop afstemmen.
Voor de werkelijke laadkosten moeten automobilisten kijken naar de elektriciteit die door de meter gaat, niet alleen naar het verbruik tijdens het rijden. Het laadverlies is nooit volledig te voorkomen, maar een geschikt laadpunt en een niet onnodig laag laadvermogen kunnen het aanzienlijk beperken.
Vandaag Inside: Raymond Mens vertelt in de KWF-collecteweek openhartig over zijn ongeneeslijk zieke zusje