Toyota en Stellantis delen miljardenklap uit aan Tesla
In dit artikel:
Tesla zag jarenlang een flinke inkomstenstroom uit verkoop van CO2‑credits aan andere autofabrikanten, maar die bron verdampt snel. Waar het bedrijf tot voor kort tientallen miljarden aan extra's uit Europese “pools” haalde (ruim 2 miljard dollar cumulatief en circa 2,8 miljard in 2024), trekken grote partners zich nu terug. Toyota stopt omdat het eigen elektrische en hybride aanbod naar verwachting voldoende is om aan de uitstootregels te voldoen; Stellantis legt zijn credits voortaan via een pool met het Chinese Leap Motor, nu dat merk in Europa uitbreidt. Beide partijen kunnen hun keuze nog wijzigen tot 1 december, maar terugkeer naar Tesla wordt als onwaarschijnlijk gezien.
In de Verenigde Staten is de situatie nog donkerder: onder het beleid van president Trump zijn veel milieuregels afgebouwd, waardoor de markt voor compensatie via credits daar vrijwel verdwenen is. Tesla ontvangt voorlopig nog betalingen van kleinere merken als Ford, Honda, Mazda en Suzuki, maar ook die stroom loopt terug naarmate die fabrikanten hun eigen vloot verduurzamen.
Tegelijkertijd dalen ook de inkomsten uit autoverkoop. Nieuwe modellen komen traag of falen: de Cybertruck valt tegen, de Model S en X zijn uit het assortiment gehaald en de Model 3/Y verouderen. Veel beloofde projecten (Roadster, grootschalige Optimus‑productie) blijven achter; wat er wel geproduceerd wordt — zoals de autonome Cybercab — heeft voorlopig weinig praktische waarde.
De combinatie van minder credits en zwakkere autoverkopen betekent dat de “miljardenbonus” waar Elon Musk op kon rekenen nog nooit zo kwetsbaar was. Voor Tesla kan het wegvallen van grote partners honderden miljoenen tot meer aan jaarinkomsten schelen, wat de druk op winstgevendheid en toekomstige strategie vergroot. Background: CO2‑creditinkomsten waren voor veel EV‑makers een tijdelijke inkomstenbron die slinkt zodra concurrenten zelf schoner produceren of alternatieve pools vormen.