Volvo en Tesla verwachten flink minder CO2-credit-inkomsten in 2026
In dit artikel:
De EU-norm voor gemiddelde CO2-uitstoot van nieuw verkochte auto’s is voor 2025–2029 vastgesteld op 93,6 g/km. Autofabrikanten kregen echter extra rek: in plaats van jaarlijkse beoordeling mogen zij het doel over de driejarige periode 2025–2027 gemiddeld berekenen. Die versoepeling, vorig jaar aangekondigd, geeft veel producenten meer ademruimte maar verandert ook de dynamiek op de markt voor CO2-kredieten.
Fabrikanten mogen elkaar helpen via CO2-pools: bedrijven met een zuinige vloot verkopen “kredieten” aan merken met een hogere uitstoot, zodat de gezamenlijke gemiddelde norm gehaald wordt. Omdat de nieuwe rekenmethode minder dringende jaar-op-jaar-correcties vereist, is de vraag naar die credits afgenomen. Dat treft vooral grote EV-verkopers die flink verdienden aan het verkopen van credits: Tesla rapporteerde in 2025 circa 1,99 miljard dollar aan dergelijke opbrengsten (wereldwijd) en Volvo kreeg ongeveer 329 miljoen euro binnen. Volvo-topman Håkan Samuelsson stelt dat de waarde van die credits nu onzeker is. Ook Mazda, vertegenwoordigd door Martijn ten Brink, zegt dat urgentie is afgenomen; beslissingen over 2026 worden na Q1 genomen, afhankelijk van de markt voor elektrische auto’s.
Sommige fabrikanten hadden rekening gehouden met dalende inkomsten uit credits; Tesla trekt die posten soms uit de reguliere omzet om een realistischer beeld te geven. Kort gezegd: de driejaarlijkse rekenmethode vermindert de druk op vervuilende merken maar snijdt tegelijkertijd in de inkomstenstroom voor schone-voertuigproducenten die eerder veel verkochten via CO2-pools.