Voor het eerst meer Chinese dan Japanse auto's verkocht in Europa

maandag, 26 oktober 2026 (16:53) - Auto Internationaal

In dit artikel:

Chinese automerken hebben in het derde kwartaal voor het eerst meer personenauto’s verkocht in Europa dan Japanse fabrikanten. Chinese merken waren goed voor 12,7 procent van alle nieuw geregistreerde auto’s, tegenover 11,9 procent voor Japanse merken. Vijf jaar geleden bedroeg het Chinese aandeel nog slechts ongeveer 1 procent. Europese merken leveren nog altijd het grootste deel van de auto’s, maar krijgen steeds meer concurrentie van onder meer BYD, Chery, Leapmotor en MG.

De groei is vooral zichtbaar bij elektrische auto’s en plug-inhybrides. In september liep het Chinese marktaandeel in Europa op tot 15 procent, mogelijk mede doordat consumenten vooruitliepen op nieuwe handelsbeperkingen. Volgens Acea is inmiddels een kwart van de nieuw verkochte plug-inhybrides in Europa van Chinese makelij; twee jaar geleden was dat nog 2 procent. Populaire modellen zijn onder meer de Leapmotor B10 en T03, de Zeekr 7X, de Xpeng G6 en verschillende modellen van BYD.

Ook in Nederland neemt de verkoop snel toe. In de eerste negen maanden van het jaar werden 18.175 Chinese auto’s geregistreerd, een stijging van 125 procent. Duitse en Zuid-Koreaanse merken verloren elk 10 procent en Franse merken 5 procent; alleen Japanse fabrikanten hielden stand. Econoom Rico Luman van ING Research koppelt de groei aan de snelle elektrificatie van het wagenpark, die wordt gestimuleerd door hoge brandstofprijzen en de verplichting voor bedrijven om werknemers vaker elektrische auto’s te laten rijden. Meer dan 40 procent van de Nederlandse nieuwverkopen was in de eerste negen maanden volledig elektrisch, en in de laatste maanden liep dat aandeel boven 50 procent uit.

Chinese auto’s spreken consumenten aan door hun relatief gunstige prijs-kwaliteitverhouding en worden in Nederland bovendien via bekende dealerketens verkocht. Tegelijk zijn er onzekerheden over de restwaarde, verzekeringen en reparatiekosten op langere termijn. De Europese auto-industrie vreest vooral de gevolgen voor prijzen, werkgelegenheid en productie. Europese fabrikanten verkopen nog winstgevende benzine- en dieselmodellen, maar de vraag daarnaar neemt af. Tegelijk zijn voor de productie van elektrische auto’s minder werknemers nodig, waardoor massaontslagen en fabriekssluitingen dreigen.

De Europese Unie probeert de opmars af te remmen omdat Chinese fabrikanten volgens Brussel profiteren van overheidssubsidies. Er gelden al extra importheffingen op elektrische auto’s die in China worden geproduceerd. Deze maand bereikten de EU en China ook een akkoord over een importquotum voor plug-inhybrides. Frankrijk en Duitsland willen daarnaast Europese producenten ondersteunen met subsidies, soepelere CO2-regels en voorwaarden rond Europese productie, maar daarover is nog geen EU-besluit genomen.

Brancheorganisatie Acea waarschuwt dat een prijzenoorlog de Europese economie kan ontwrichten. Tegelijk openen Chinese fabrikanten productievestigingen in Europa, waardoor hun aanwezigheid waarschijnlijk verder groeit. De EU werkt daarom aan ‘Made in EU’-voorwaarden, zoals een minimumaandeel Europese onderdelen. China heeft tegenmaatregelen aangekondigd als Europa de handelsbeperkingen verder opvoert.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn Driessen tegen Wilfred Genee In de Wandelgangen: 'Jij moet helemaal niet zeuren!'