Vroeger was alles beter
In dit artikel:
De vernieuwde Seat Arona voor modeljaar 2026 is vooral een verfijning van het vertrouwde recept: weinig radicale veranderingen, maar wel doelgerichte updates waar dat telt. De Arona bestaat sinds 2017 en de facelift beperkt zich vooral tot de neus—lager uitlopende motorkap, scherper gevormde koplampen en een zwarte ondergrille waarin de breedstralers zijn geïntegreerd—terwijl de achterzijde praktisch ongewijzigd blijft (behalve het typeplaatje). De geteste kleur “Oniric Grey” geeft, afhankelijk van het licht, een groenige of blauwgrijze gloed en combineert mooi met het optionele lichtgrijze interieur.
Technisch deelt de Arona alles met de Seat Ibiza: zelfde platform, motoren, onderstel en elektronica. Als kleine SUV onderscheidt de Arona zich door 15 mm extra bodemvrijheid, een hogere zitpositie en daardoor een ruimer gevoel in het interieur. De ergonomie is in de loop der jaren zorgvuldig verbeterd; de kuipstoelen bieden goede steun en een zacht achterpaneel, waardoor achterpassagiers niet tegen hard plastic zitten — kleinigheden die het dagelijks gebruik aangenamer maken. Tegelijkertijd verraden details zoals een uitsparing voor een CD-wisselaar de ouderdom van het ontwerp.
Op het gebied van techniek en veiligheid is de Arona up-to-date waar nodig. Het infotainmentsysteem is van de nieuwste Volkswagen-generatie, maar Seat legt er een eigen, gebruiksvriendelijke interface overheen. Fysieke druk- en draaiknoppen op het stuur blijven aanwezig in plaats van gevoelige touchvlakken. Ook de rijhulpen komen van Volkswagen en werken terughoudend: ze geven alleen waarschuwingen wanneer het echt nodig is en blijven daardoor meestal actief, wat de veiligheid ten goede komt.
Op aandrijfvlak blijft Seat conservatief: het merk biedt nog pure verbrandingsmotoren zonder elektrische assistentie, terwijl veel zustermerken al op hybrides of EV’s zijn overgestapt. De testauto had een 1.0 ecoTSI-motor met 115 pk gekoppeld aan een dubbele-koppeling automaat; bij een handbak levert dezelfde motor 95 pk. De automaat schakelt vrijwel onmerkbaar, maar het start-stopsysteem is geen 48-volt mild-hybrid, waardoor het stilvallen en herstarten duidelijk te voelen is. Tijdens een week wintergebruik kwam het verbruik uit op 6,1 l/100 km — hoger dan bij vergelijkbare hybride- of elektrische concurrenten, die doorgaans voordeliger en zuiniger zijn.
Weggedrag en rijgedrag blijven sterke kanten: de Arona voelt stabiel, goed gedempt en heeft een prettig stuurgevoel, wat in de praktijk niet onderdoet voor veel recentere compacte SUV’s. Seat positioneert de Arona bewust als een keuze voor kopers die gehecht zijn aan vertrouwdheid: geen sprong naar elektrische technologie, maar een product dat in detail is geperfectioneerd en moderne techniek toepast waar het praktisch is (infotainment en veiligheid).
Conclusie: rationeel gezien wint de elektrische of hybride concurrent op snelheid, comfort, milieu en vaak kosten, maar de Arona behoudt aantrekkingskracht door degelijkheid, doordachte ergonomie en een vertrouwd gebruiksgevoel — een slimme, terughoudende facelift voor modeljaar 2026.