Waarom automobilisten de tank tot de laatste druppel blijven aftoppen ondanks waarschuwingen van experts
In dit artikel:
Bij veel automobilisten blijft de vinger aan de trekker hangen nadat het vulpistool heeft geklikt: nog even die laatste liters erin, vooral nu de benzineprijzen richting €2,50 per liter kruipen en een tankbeurt al snel rond de €60 kost. Die drang wordt versterkt door zorgen over olieprijzen door onrust in het Midden-Oosten en blokkades bij de Straat van Hormuz, plus het psychologische verlangen naar ronde getallen en een volle tank.
Technisch is dat gedrag riskant. Moderne tanks vormen onderdeel van een afgesloten systeem en hebben een lege ruimte nodig voor dampen en expansie. Door door te pompen vul je die ruimte en loop je het risico dat vloeibare benzine in het EVAP-systeem (een actieve-koolstoffilter voor benzinedampen) terechtkomt. Dat systeem is alleen bedoeld voor damp, niet voor vloeistof; verzadiging veroorzaakt storingen, een brandend motorstoringslampje en kan ertoe leiden dat de motor na tanken niet wil starten.
De reparatiekosten zijn aanzienlijk: het vervangen van een verzopen koolstoffilter of gerelateerde onderdelen loopt vaak in de honderden euro's. Experts waarschuwen al jaren dat voor circa 99% van moderne auto's de eerste klik het maximum is. Bovendien haalt je tankstation soms via dampterugzuiging overtollige brandstof terug, waarmee je betaalt voor benzine die niet in je motor belandt.
Kortom: luister naar de klik en hang de slang terug. Je merkt geen extra kilometers, maar je voorkomt dure schade aan het brandstof- en emissiesysteem.