Waarom de Volkswagen T-Roc net even sterker is dan de Mini Countryman
In dit artikel:
Volkswagen en Mini kruisen de degens in hetzelfde populaire hoge-insteek‑SUV-segment, maar beide merken kiezen een andere invalshoek. Volkswagen introduceerde afgelopen zomer de tweede generatie T‑Roc (na acht jaar) en levert die voorlopig alleen als mild hybrid met een 1,5‑liter viercilinder (115 of 150 pk) en DSG‑automaat. Mini bracht de derde generatie Countryman in 2023, die groter is dan de T‑Roc en in deze vergelijking ook als mild hybrid met een 1,5‑liter driecilinder en 7‑traps dubbele koppeling verschijnt — al biedt Mini aanzienlijk meer keuzeruimte, inclusief volledig elektrische varianten (208–313 pk), sterkere benzineversies met AWD en een 300 pk JCW‑topmodel.
Prijskaartjes liggen ver boven wat je van “mini” of “volks” zou verwachten: de geteste, rijk uitgeruste T‑Roc kost bijna €52.000; de demo‑Countryman bijna €60.000. Beide zijn volgeladen met opties. Sinds 2017 kozen bijna 30.000 Nederlanders voor een nieuwe T‑Roc; de Countryman vond sinds 2010 zo’n 16.500 kopers — exclusief parallelimport.
Techniek en aanbod: beide auto’s gebruiken een riemaangedreven elektromotor van ongeveer 20 pk voor start‑/hulpmotorfuncties (mild hybrid), waarmee elektrisch rijden niet mogelijk is, maar verbruik en uitstoot wat dalen. Volkswagen breidt later het gamma uit met een niet‑stekker hybride op basis van een 2.0 TSI (systeemvermogen ca. 136 pk, later ook ~170 pk) en zal op termijn ook vierwielaangedreven versies en performance‑varianten aanbieden; een R‑model boven 300 pk komt niet naar Nederland. Mini biedt naast de 1,5‑benzine ook S‑ en ALL4‑uitvoeringen met grotere motoren en vierwielaandrijving, en zeer uiteenlopende EV‑varianten. Prijzen en belasting (BPM) spelen sterk mee in de keuze.
Uiterlijk en interieur: de Countryman houdt nog Mini‑kenmerken (ronde vormen, centraal rond infotainment) maar toont minder guitigheid dan voorgangers; hij begroet je met een lichtshow en heeft een stoffig dashboardoppervlak. De T‑Roc volgt Volkswagen‑huisstijl met een brede lichtstrip en behoudt herkenbare lijnen van de eerste generatie; het interieur voelt bekend en gebruiksvriendelijk voor Volkswagengebruikers, met digitale instrumenten en een multifunctionele draaiknop.
Rijgedrag: de T‑Roc voelt als een iets grotere, stabiele SUV — de viercilinder loopt rustiger, besturing is progressief en het onderstel biedt een balans tussen comfort en stevigheid; remprestaties zijn opvallend goed. De Countryman probeert het Mini‑DNA te vangen (rijmodi inclusief ‘Go kart feeling’), maar de grotere afmetingen en het gewicht temperen het speelse karakter. De driecilinder van de test‑Mini klinkt bij krachtige acceleratie wat ingespannen, ondanks de opgegeven 170 pk en 280 Nm; een tijdelijke boostfunctie via flipper geeft extra vermogen maar liet in de meting geen duidelijk voordeel zien.
Praktisch: basisprijzen starten aanzienlijk lager (T‑Roc vanaf €37.990; Countryman benzine vanaf €44.090), maar meerwaarde door opties is groot. Een elektrische Countryman kan goedkoper uitvallen dan de benzinevariant (ongeveer €4.000 verschil). Trekgewichten variëren flink: sommige 1,5‑uitvoeringen van Mini mogen tot 1.700 kg trekken; bij de T‑Roc hangt het af van uitvoering (1.300–1.500 kg).
Kortom: beide auto’s bedienen de vraag naar hoog gepositioneerde, premium ogende SUV’s met mild hybrid‑techniek, maar waar Volkswagen inzet op herkenbaarheid, degelijkheid en een geleidelijke uitbreidingsstrategie, biedt Mini meer diversiteit en merkgebonden rijkarakter — al staat dat rijplezier niet onverkort gelijk aan het klassieke Mini‑gevoel door de grotere afmetingen en zwaardere opbouw.