Waarom deze verroeste Ferrari 250 GT 'barn find' voor tonnen werd geveild

zaterdag, 14 februari 2026 (07:31) - Autobahn

In dit artikel:

Een verwaarloosde Ferrari 250 GT Coupé uit 1959 — lak bladderend, chroom dof en met een motor die al vijf decennia stilstaat — trekt alsnog de aandacht van verzamelaars. De auto, chassisnummer 1359 GT (nr. 158 uit de reeks), wordt geschat op "tussen de drie en vijf ton"; in één vermelding wordt circa 500.000 dollar genoemd. Dit exemplaar valt op omdat het tot de 353 Pinin Farina‑coupés behoort die in 1958/59 Ferrari financieel redden: de serieproductie leverde de winstmarge die het raceprogramma mogelijk maakte.

De levensloop van de kopersparel is grillig. Oorspronkelijk geleverd in Rome in Grigio Fumo met beige interieur, wisselde hij in de jaren zestig meerdere keren van eigenaar en belandde uiteindelijk bij een Amerikaanse militair in Duitsland, die hem in 1969 naar de VS verscheepte. Tijdens dat traject werden onderdelen aangepast: bumpers verdwenen, koplampen kregen covers en de ontsteking werd veranderd — aanwijzingen dat de auto vroeg mogelijk als rally‑ of circuitwagen gebruikt is. Zulke littekens verhogen juist de aantrekkingskracht bij verzamelaars.

In de klassiekerwereld groeit waardering voor originaliteit en patina: ongerestaureerde 'barn finds' vertellen volgens kenners een onvervalst verhaal dat perfecte restauraties missen. Dat verklaart waarom een ogenschijnlijk verroest wrak zulke hoge bedragen kan vragen. Technisch is de auto echter total loss: na 55 jaar stilstand moet vrijwel alles — pakkingen, rubbers, slangen en zelfs de matching‑numbers V12 — volledig worden gereviseerd of gedemonteerd.

De eigenaar staat voor een keuze tussen conserveren van het originele voorkomen of ingrijpend restaureren, met hoge kosten maar ook met behoud van een historisch object dat, zelfs in slechte staat, vaak meer waard is dan veel nieuwe supercars. Enzo Ferrari zou het geld vermoedelijk meteen in zijn raceteam hebben gestoken.