Waarom een dodelijk ongeval bij illegaal driften geen celstraf maar 240 uur taakstraf opleverde
In dit artikel:
Tijdens een illegaal driftevenement op 2 juni 2024 op de Karperweg in Lelystad kwam een 32-jarige motorrijder uit Schiedam frontaal in botsing met een tegemoetkomende crossmotor. De jonge bestuurder van die motor overleed aan ernstig hoofd- en hersenletsel. Eerder die dag waren al twee ongelukken gebeurd, maar het evenement zonder vergunning ging door.
De Schiedammer was gaan driften na een startsein van een vermeende verkeersregelaar. Hij gebruikte vrijwel de hele weg en reed bij het naderen van drie crossmotoren nog op de linkerweghelft. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat hij voortdurend had moeten controleren of de weg vrij was. Een startsein was daarvoor onvoldoende, zeker omdat hij wist dat het eerder al mis was gegaan.
De rechtbank veroordeelde hem wegens aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, maar niet wegens roekeloosheid. Daarvoor was niet bewezen dat hij verkeersregels in de vereiste mate bewust en ernstig had geschonden. Zo stond een snelheidsovertreding niet vast en had hij eerder het driften tijdelijk stilgelegd omdat het te druk was. Ook was juridisch geen sprake van een straatrace, omdat niet was vastgesteld dat de deelnemers tegen elkaar wedijverden.
In plaats van de geëiste acht maanden cel en twee jaar rijontzegging kreeg de motorrijder de maximale taakstraf van 240 uur. Daarnaast kreeg hij een voorwaardelijke rijontzegging van één jaar, met een proeftijd van twee jaar. Hij moet ook 37.500 euro affectieschade, plus rente, betalen aan de nabestaanden. Het slachtoffer reed volgens de rechtbank op de juiste weghelft en had geen eigen schuld.
Een 36-jarige Rotterdammer werd vrijgesproken, omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat hij het fatale startsein had gegeven.
Vandaag Inside: Shelly Sterk op de vingers getikt om decolleté: 'Wat zag jij eruit?!'