Waarom je bandenspanningslampje brandt bij vrieskou en waarom je het niet moet negeren
In dit artikel:
Op een ijskoude ochtend kan het TPMS‑waarschuwingslampje gaan branden doordat koude lucht krimpt: volgens de gaswet daalt de bandenspanning als de temperatuur zakt. ANWB‑experts hanteren als vuistregel dat elke 10°C temperatuurdaling ongeveer 0,1 bar drukverlies oplevert. Een band die bij 20°C op 2,5 bar stond, kan bij 0°C dus rond 2,3 bar komen — genoeg om de sensor te activeren.
Veel bestuurders negeren het lampje omdat het na een paar minuten rijden weer uitgaat: door opwarming stijgt de druk tijdelijk. Dat is echter misleidend; na stilstand en afkoeling valt de spanning weer terug. Te lage bandenspanning in de winter vergroot het risico omdat koud rubber stugger wordt, de grip afneemt, de remweg langer wordt, de banden sneller slijten en het brandstofverbruik toeneemt — vooral gevaarlijk op gladde wegen.
Praktisch advies: controleer de druk met koude banden en pomp in de winter ongeveer 0,2 bar boven de in de deursticker of handleiding opgegeven waarde (die meestal voor ~20°C geldt). Meet met een betrouwbare manometer of laat het doen bij een garage/tankstation, en controleer regelmatig. Het TPMS‑lampje duidt meestal geen defect maar een temperatuureffect — timeig bijvullen verhoogt veiligheid en levensduur van je banden.