Waarom je in de rest van Europa overal elektrische steps ziet, maar in Nederland vrijwel nooit

dinsdag, 19 mei 2026 (18:45) - Autobahn

In dit artikel:

De elektrische step is wél alomtegenwoordig in veel Europese hoofdsteden, maar in Nederland nauwelijks zichtbaar. Volgens dataspecialist RDC zijn er tot nu toe slechts 456 officieel goedgekeurde en geregistreerde elektrische steps in de hele infrastructuur van het land. Die lage score wordt vooral veroorzaakt door een streng regelgevingskader en handhaving.

Goedkeuringen verlopen via de RDW en vallen onder de strikte categorie “bijzondere bromfietsen”. Daardoor krijgen de veelgezochte compacte modellen van merken als Xiaomi, Segway‑Ninebot en Razor geen toestemming. Wie er toch mee op de openbare weg rijdt, riskeert een boete (circa €300) en inbeslagname door de politie. Op dit moment zijn er slechts enkele modellen toegestaan: vier Kickbike‑varianten (Cruise, Fat Max, Luxury), de Yedoo Mezeq en de Selana Alpha; de Veeley V5 mag dankzij een Europees keurmerk rijden maar heeft een vast zadel. De toegestane voertuigen lijken vaak op grote steps met volle fietswielen, waardoor ze minder aantrekkelijk zijn voor forensen die een compact, inklapbaar toestel verwachten — alleen de Selana komt dat nabije.

Sinds 1 juli 2025 geldt voor de legale e‑steps een kentekenplicht; eigenaren moeten vóór 1 juli 2026 via de RDW een kenteken aanvragen. Na die datum wordt legaal gebruik administratief duurder en complexer. Bovendien kondigde verkeersminister Vincent Karremans recent een helmplicht aan voor lichte elektrische voertuigen, wat de kans op een brede, legale doorbraak verder verkleint. Met die combinatie van verplichtingen en kosten wenden met name jongeren zich eerder tot alternatieven zoals fatbikes — vaak illegaal — dan tot de zwaar gereguleerde stepjes.

Tegelijkertijd laten buitenlandse voorbeelden zien dat de step wel degelijk in een mobiliteitsbehoefte kan voorzien: in Londen nam het aantal formele ritten recent met meer dan 50% toe naar ruim twee miljoen per jaar. In Nederland staan beleidskeuzes, typegoedkeuringen en handhaving voorlopig een vergelijkbare ontwikkeling in de weg, terwijl de bestaande fietscultuur en infrastructuur bovendien de vraag naar dit specifieke vervoermiddel beperken.