Wat kost een camper echt in 2026? Vooral deze vaste lasten slopen je budget

maandag, 27 april 2026 (06:45) - Autobahn

In dit artikel:

Wie een camper ziet als goedkope manier van vakantie vieren, komt er in 2026 vaak bedrogen uit: de aanschaf en vooral de vaste lasten zijn fors hoger dan veel beginners verwachten. Nederlandse organisaties zoals de ANWB en NKC tonen aan dat de markt is veranderd: instapmodellen kosten tegenwoordig rond de 50.000 euro, en een gangbare halfintegraal staat al snel rond 80.000–88.000 euro in de showroom — veel verder van de oude ‘tweeduizendjes’-adviezen uit de koopwijzers.

De grote kostenposten zitten niet alleen in de aankoop. Sinds 1 januari 2026 is het voordelige kwarttarief voor motorrijtuigenbelasting voor campers afgeschaft en vervangen door een halftarief, wat zwaardere voertuigen harder raakt. Stalling of ‘stalling’ kost volgens NKC vaak 50–100 euro per strekkende meter, onderhoud en keuringen zo’n 750–1.500 euro per jaar, en de ANWB rekent vaste lasten in stilstand inclusief verzekering al snel op 3.000–6.000 euro per jaar. Een rekenvoorbeeld uit 2022 kwam uit op ruim 8.000 euro per jaar; met de belastingwijzigingen van 2026 zal die som eerder stijgen.

Ook onderweg vallen kosten tegen: brandstofverbruik is hoog door gewicht en aerodynamica, en een reguliere campingplek voor twee personen kost vaak 30–50 euro per nacht (goedkopere camperplaatsen 10–20 euro). Daarnaast speelt het rijbewijs: standaard B geldt tot 3.500 kg; sinds 1 juli 2025 is er een beperkte verruiming tot 4.250 kg maar alleen onder strikte RDW-voorwaarden (niet volledig op benzine/diesel, geen aanhanger, minimaal twee jaar rijervaring).

Conclusie: camperreizen bieden veel vrijheid, maar bezit is zelden goedkoop. Voor veel vakantiegangers is huren financieel verstandiger dan kopen zodra aanschaf, vaste lasten en afschrijving worden meegerekend.